Deze omzetting heeft plaatsgevonden op advies van een hypotheekadviseur. Consument heeft in 2020 zijn woning verkocht en was een vergoeding verschuldigd voor het vervroegd aflossen van de hypothecaire geldlening. Hij vordert die vergoeding terug omdat hij noch zijn ex-partner er in 2015 op zijn gewezen dat de aflosvergoeding verplicht zou zijn.
De commissie is van oordeel dat die verplichting volgt uit de oorspronkelijke offerte uit 2011 en dat consument en zijn (ex-)partner niet mochten aannemen dat die verplichting vervallen was.
Het behoort naar het oordeel van de commissie in de gegeven omstandigheden tot de zorgplicht van de betrokken adviseur om na te gaan welke contractuele verplichtingen gelden voor de over te sluiten lening. Het had op weg van de adviseur gelegen om de offerte uit 2011 op te vragen en te bestuderen. Voor zover daarbij vragen zouden zijn gerezen over de (blijvende) toepasselijkheid van de in overweging 2.1 geciteerde bepaling, hadden die op dat moment met ING Bank besproken kunnen worden. Immers blijkt uit de verstrekte informatie ten tijde van de omzetting niet dat deze bepaling zou zijn komen te vervallen.
Dat sprake is van een constructie die, veronderstellend dat consument daarin gelijk heeft, reeds in 2015 niet langer gangbaar was, verandert dat oordeel niet. Doorslaggevend is immers welke gerechtvaardigde verwachtingen consument mocht koesteren, waarbij de kennis die van een hypotheekadviseur verwacht mag worden aan hem wordt toegerekend. Nu deze hypotheekadviseur er niet zonder meer vanuit mocht gaan dat de verplichting een aflosvergoeding te betalen bij de vrijwillige verkoop van de woning zou komen te vervallen, mocht ook consument daarvan niet uitgaan.
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99