De Commissie van Beroep gaat niet mee in de vrije uitleg van beide banken dat zij de rente naar eigen goeddunken binnen redelijke grenzen zouden kunnen aanpassen. Ook handhaaft de Commissie van Beroep het gebruik van de referentierente uit het deskundigenrapport ‘Onderzoek referentierente doorlopend consumptief krediet’. Beide banken moeten de door de consumenten verschuldigde rente gedurende de looptijd van het krediet opnieuw berekenen en per saldo te veel betaalde rente terugbetalen.
Dat de bank de rente op een doorlopend krediet eenzijdig mag wijzigen staat ook in deze klachtzaken niet ter discussie. De Commissie van beroep volgt echter niet de vrije uitleg van beide banken dat zij de rente naar eigen goeddunken binnen redelijke grenzen kunnen aanpassen. Dat is een uitleg die voor de consument niet-transparant is en die het evenwicht in rechten en plichten tussen consument en bank zou verstoren in het nadeel van de consument.
De Commissie van Beroep concludeert, in lijn met eerdere uitspraken, dat bij een doorlopend krediet de consument redelijkerwijs mag verwachten dat het rentetarief van zijn krediet stijgt en daalt naarmate de relevante marktrente in het algemeen stijgt en daalt.
Dit zou anders zijn, wanneer de bank vóór het sluiten van de kredietovereenkomst de consument heeft geïnformeerd dat het kan zijn dat de rente niet meebeweegt met de relevante marktrente, en waarom en in welke omstandigheden dat zou kunnen. De Commissie van Beroep concludeert dat in beide klachtzaken de consumenten dit soort informatie niet hebben ontvangen. Betrokken consumenten mogen er op vertrouwen dat de kredietvergoeding in de pas blijft met de marktrente op doorlopend krediet voor consumenten.
Overigens merkt de Commissie van Beroep op dat het op de weg van de kredietaanbieders zelf ligt om in de toekomst duidelijker te zijn over de rechten en plichten die volgen uit het wijzigingsbeding.
Beide banken hebben diverse bezwaren gemaakt tegen het gebruik van de rentereeks van De Nederlandsche Bank (DNB) en de CBS-rentereeks gecorrigeerd met 0,91 procentpunt als referentierente. Deze zou geen rekening houden met risicocategorieën, ze zou niet representatief zijn, ze zou negatief uitpakken voor de bank en er zou een minimale bandbreedte van 2 procentpunt moeten gelden.
De Commissie van Beroep licht toe dat de referentierente een maatstaf is om na te gaan of de rente die aan de consument in rekening is gebracht, in het verleden met de relevante marktrente heeft meebewogen. Het is ook een maatstaf waarmee kan worden begroot wat de consument te veel heeft betaald, indien de rente niet of onvoldoende heeft meebewogen met de relevante marktrente. De referentierente is het gemiddelde van vergelijkbare rentes en kenbaar uit openbare bronnen. Het verloop van het gemiddelde weerspiegelt de beweging in de relevante markt.
Alles overziend en afwegend concludeert de Commissie van Beroep dat de bezwaren van beide banken tegen de referentierente niet zwaarwegend genoeg zijn om deze niet te gebruiken om na te gaan of de rente op het doorlopend krediet in het verleden heeft meebewogen met de relevante marktrente. In de beroepsprocedures is hiervoor ook geen betere maatstaf aangedragen. De Commissie van Beroep bevestigt in de gepubliceerde uitspraken dus dat vanaf 1 juni 2010 als referentie de rentereeks kan worden gebruikt die De Nederlandsche Bank (DNB) publiceert. Voor de periode van 1 januari 1998 tot 1 juni 2010 dient de CBS-rentereeks te worden gebruikt, gecorrigeerd met 0,91 procentpunt.
Voor alle duidelijkheid merkt de Commissie van Beroep op dat zij met de referentierente niet heeft bepaald welke rente redelijk is. Evenmin dient de referentierente voor een kredietaanbieder als benchmark om te bepalen of deze een ‘juist’ tarief heeft toegepast in vergelijking met andere kredietaanbieders. De referentierente is ook niet bedoeld als externe rentevoet die krediet-aanbieders in de toekomst zouden moeten volgen.
Bij het sluiten van de kredietovereenkomst is duidelijk wat het verschil is tussen de individuele kredietvergoeding en het gemiddelde rentetarief in die markt. Beide banken moeten zorgen dat dit verschil gedurende de looptijd van het krediet niet wijzigt in het nadeel van de consument. Beide banken moeten met intervallen van maximaal drie maanden het rentetarief voor het doorlopend krediet van de consumenten opnieuw berekenen op basis van de referentierente.
Wanneer uit de herberekening blijkt dat de consument meer heeft betaald dan de bank in rekening mocht brengen, dan moet de bank de te veel betaalde rente terugbetalen. Als de consument er voordeel van heeft gehad dat de rente niet steeds met de relevante marktrente heeft meebewogen, dan mag de bank dat in de berekening meenemen en hoeft de bank alleen terug te betalen wat de consument per saldo te veel heeft betaald.
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99