MijnFintool

Nieuws

Consument moet principe spaarhypotheek begrijpen

De rente van de hypothecaire geldlening van de consument is - met tussenkomst van zijn financieel adviseur - verlaagd door taxatie van de woning en rentemiddeling. In de toepasselijke voorwaarden staat dat de rente die vergoed wordt over de bankspaarrekening gelijk is aan de rente die de consument is verschuldigd voor de bankspaarhypotheek.

Aanpassing inleg

De verlaging in hypotheekrente had dus als gevolg dat de maandelijkse inleg voor de bankspaarrekening is verhoogd. De consument heeft naar aanleiding van de renteverlagingen een offerte van de bank geaccepteerd die een fout bleek te bevatten. [De inleg was ongewijzigd ten opzichte van voor de renteaanpassing.]

Rente en spaarvergoeding

Voor de bankspaarhypotheek gold een rente van 4,75%. De maandelijkse spaarinleg voor de bankspaarrekening bedroeg € 468,91. Bij de eerste offerte [1 februari 2017] werd in de offerte onder meer voor de bankspaarhypotheek een rente van 4,00% vermeld. De hoogte van de maandelijkse inleg voor de bankspaarrekening bedraagt volgens de offerte € 534,63.

Rentemiddeling (fout)

Voor de rentemiddeling heeft de consument op 6 december 2019 de offerte van de bank ontvangen die hij op 11 december 2019 heeft getekend. De offerte vermeldt dat de verschuldigde rente voor de bankspaarhypotheek 2,16% bedraagt. De maandelijkse inleg op de bankspaarrekening voor de periode 1 april 2020 tot 1 april 2030 bedraagt volgens de offerte € 534,63.

Kenmerk spaarhypotheek moet consument bekend zijn

Het beroep van de consument op gerechtvaardigd vertrouwen kan niet slagen, omdat niet voldaan is aan de onderzoeksplicht. De consument mocht er niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat de maandelijkse inleg voor de bankspaarrekening gelijk zou blijven aan de maandelijkse inleg die gold vóór de verlaging van de hypotheekrente.

Aangezien duidelijk in de offerte van 6 december 2019 de oude (ongewijzigde) spaarinleg was vermeld, ondanks de aanzienlijke daling van de hypotheekrente, had de consument dan wel zijn financieel adviseur behoren te twijfelen aan de juistheid van de offerte. Het had dus op de weg gelegen van de consument dan wel zijn financieel adviseur om de juistheid hiervan na te gaan. Gelet op de toepasselijke voorwaarden kon het niet aannemelijk zijn voor de consument dan wel zijn financieel adviseur dat bij verlaging van de hypotheekrente de maandelijkse inleg voor de bankspaarrekening ongewijzigd zou blijven.

Beslissing

De vordering van de consument wordt afgewezen.


Bron: Kifid

Modules & dossiers

Opvoerdatum

09 apr 2021

Laatst gewijzigd

09 apr 2021

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1