Met grief 3 betoogt [wanbetaler] dat geldverstrekker L. eerst de aan haar verpande levensverzekering had moeten uitwinnen omdat daarmee de gehele betalingsachterstand voldaan had kunnen worden en die wijze van executie voor [wanbetaler] veel minder bezwarend was geweest dan verkoop van zijn woning. [Wanbetaler] beroept zich in dit verband op de zorgplicht die L. tegenover hem heeft.
Ook deze grief faalt. Op zichzelf is het juist dat de redelijkheid en billijkheid die de verhouding tussen partijen beheersen onder omstandigheden kunnen meebrengen dat L. gehouden is een betalingsachterstand te innen via de voor [wanbetaler] minst bezwarende wijze van uitwinning van haar zekerheden.
In dit geval is van dergelijke omstandigheden echter onvoldoende gebleken. Van belang is hierbij dat de levensverzekering gedurende de looptijd van de geldlening ingevolge de toepasselijke algemene voorwaarden in stand dient te blijven.
Van belang is verder dat de uitkering uit de levensverzekering ertoe dient slechts een klein deel van de lening, te weten een bedrag van € 54.770, op de einddatum af te lossen. De rest van de lening, een bedrag van € 148.230, is aflossingsvrij. Door de uitwinning van de levensverzekering zou de gehele lening derhalve aflossingsvrij worden. Eigenlijk zou L. daarmee het ene gat met het andere dichten. Niet valt in te zien dat haar zorgplicht haar daartoe in dit geval verplichtte.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99