De stijging van het vermogen bij verweduwing onder de AOW-leeftijd komt door de daling van de hypotheekschuld. De meerderheid (70 procent) van de verweduwden tot AOW-leeftijd heeft een eigen woning waar voor de verweduwing meestal een hypotheekschuld op rust. Aan de meeste hypotheken is een overlijdensrisicoverzekering gekoppeld, die na het overlijden van de partner ingezet kan worden om de hypotheek (deels) af te lossen. Daarmee neemt de hypotheekschuld sterk af en het vermogen per saldo toe.
Verweduwing na de AOW-leeftijd gaat, anders dan ervoor, gepaard met een daling van het vermogen. Deze vermogensachteruitgang is vooral terug te voeren op een daling van de bank- en spaartegoeden. Die daling overtreft de geslonken hypotheekschuld. Weliswaar neemt de hypotheekschuld af, maar omdat een overlijdensrisicoverzekering tot een maximumleeftijd uitkeert (meestal bij overlijden tussen 70 en 80 jaar) is de afname vergeleken met jonger verweduwden klein. De krimp in de spaarpot komt doordat oudere verweduwden vaker dan jongere erfbelasting betalen (32 tegen 20 procent). Ouderen hebben meer vermogen en vallen dus eerder boven het voor belasting vrijgestelde erfbedrag.
Het merendeel van de mannen die voor de AOW-leeftijd weduwnaar werden, haalde zowel voor als na verweduwing hun inkomen voornamelijk uit werk. Het aandeel pensioenontvangers nam na verweduwing toe, maar veel minder sterk dan bij vrouwen die voor de AOW-leeftijd hun partner verloren. De groei van het aandeel pensioenontvangers bij vrouwen komt vooral door de belangrijke rol die het nabestaandenpensioen na verweduwing speelt. Bij een derde van de vrouwen die voor de vroeg-verweduwing voornamelijk inkomsten uit werk hebben, is erna het pensioeninkomen hoger dan die inkomsten. Ook voor het merendeel van de uitkeringsontvangers en van de vrouwen die geen inkomen hadden, is pensioeninkomen na verweduwing de belangrijkste inkomstenbron.
Mensen die na de AOW-leeftijd hun partner verloren, hadden zowel voor als na de verweduwing in 2018 vrijwel allemaal (circa 98 procent) een pensioenuitkering als belangrijkste inkomstenbron.
Als een van de partners wegvalt wordt het inkomen dat een huishouden te besteden heeft meestal kleiner, ondanks een eventueel nabestaandenpensioen en lagere hypotheekrente. De koopkracht, het inkomen gecorrigeerd voor huishoudensomvang en –type, neemt bij verweduwing echter doorgaans toe. Met het weliswaar kleinere inkomen hoeven immers minder mensen rond te komen. Alleen bij weduwen tot de AOW-leeftijd stijgt de doorsnee koopkracht niet. Dat komt doordat in de meeste gevallen het substantieel hogere inkomen van hun partner wegvalt. Dit raakt hen harder dan mannen die voor de AOW-leeftijd hun partner verliezen.
Bron: CBS
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99