Bij het overnemen van de verzekeringsportefeuille, waar de polis van de consument onderdeel van was, is de tussenpersoon zijn zorgplicht niet nagekomen. De tussenpersoon had de consument tijdig op de hoogte moeten brengen van feiten die van belang zijn voor de dekking van de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen.
De tussenpersoon heeft hiertegen ingebracht dat hij pas een jaar na de overname van de portefeuille inzicht had in de omvang van de portefeuille. Dit kwam omdat hij bij de overname uit het faillissement van de vorige assurantietussenpersoon alleen een klantbestand had ontvangen, maar geen onderliggende stukken. Die moesten allemaal afzonderlijk bij verzekeraar opgevraagd worden. Vervolgens heeft de tussenpersoon een screening gemaakt op basis waarvan een overzicht is gemaakt welke klanten het eerst bezocht zouden worden. De verzekering van de consument is geen complex product en dus bestond er geen aanleiding hem direct te bezoeken. Voor verzekeringen van eenvoudige aard geldt een beperkte nazorgplicht.
De tussenpersoon heeft de consument op 17 maart 2011 bezocht. Pas op dat moment werd voor de tussenpersoon duidelijk dat de zoon een ongeluk had gehad met ernstig letsel als gevolg. Over het verzekerde bedrag is toen niet gesproken, omdat daar op dat moment geen aanleiding voor was en de consument daar ook niet naar heeft gevraagd. In de periode 2012-2014 zijn de dekkingsmaxima voor dit type verzekering pas gaan stijgen. Een verzekerde som van € 500.000,- was in de periode 2008-2010 gebruikelijk. Er was in 2010 geen sprake van een minderwaardige polis.
Uit de stukken in het dossier en dat wat partijen ter zitting naar voren hebben gebracht kan niet worden afgeleid dat er in de periode van 2008 tot aan het ongeluk een trend zichtbaar was bij verzekeraars om de dekkingsmaxima bij lopende aansprakelijkheidsverzekeringen te verhogen naar € 1.250.000,- of meer, omdat het oude dekkingsmaximum niet meer voldeed en het aantal claims dat bij verzekeraars werd ingediend met schadebedragen boven € 500.000,- zo opliep dat het dekkingsmaximum verhoogd moest worden. Dus als de tussenpersoon de verzekering in de periode voorafgaand aan het ongeval van de zoon al met de consument had moeten bespreken, had hij hem niet hoeven te adviseren het dekkingsmaximum te verhogen. Het verwijt van de consument is daarom niet terecht.
Deze juridische beoordeling leidt tot de conclusie dat op basis van de informatie die door partijen is aangeleverd, geen schending van de zorgplicht door de tussenpersoon is vast te stellen. Niet is aannemelijk gemaakt dat de tussenpersoon in de periode januari 2008 - juni 2010 wist, of had moeten weten, dat het verzekerde bedrag van € 500.000,- ontoereikend was als zich een schadegebeurtenis zou voordoen en hij om die reden de consument had moeten adviseren het verzekerde bedrag te verhogen.
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99