MijnFintool

Nieuws

14-dagen brief onjuist opgesteld

Nadat de consument de premie voor het lidmaatschap Wegenwacht niet (tijdig) heeft betaald, heeft deze een aanmaning gekregen en zijn aanvullende incassokosten in rekening gebracht. Consument betaalt wel de premie, maar niet de incassokosten.

In de brief van 18 maart 2020 heeft A. de consument onder andere het volgende vermeld:
Wij stellen u hierbij dan ook in gebreke. Dit is de laatste gelegenheid om het openstaande bedrag, inclusief € 6,00 incassokosten, binnen 14 dagen aan ons over te maken op ons rekeningnummer dat u onderaan deze brief vindt, onder vermelding van het betalingskenmerk. Deze termijn van 14 dagen vangt aan 2 dagen na dagtekening van deze brief. Wanneer uw betaling binnen de gestelde termijn uitblijft, zijn wij genoodzaakt verdere incassomaatregelen tegen u te treffen door de vordering over te dragen aan het incassobureau [naam incassobureau]. De hieraan verbonden wettelijke incassokosten ten bedrage van € 40,00 komen dan ook voor uw rekening, net als € 8,40 btw over deze kosten. Voorkom deze kosten en betaal binnen de genoemde termijn.

Omdat ook na 18 maart 2020 betaling uitbleef, heeft A. de vordering aan het incassobureau overgedragen. Het incassobureau heeft de consument per brief van 14 april 2020 namens A. aangeschreven om een bedrag van € 150,29 te voldoen. Dit bedrag bestaat de hoofdsom van € 101,50 en € 48,79 aan incassokosten.

(deel)betaling

Op 15 april 2020 heeft de consument een bedrag van € 101,50 voldaan. Vervolgens heeft het incassobureau de consument per e-mail en ook per brieven van 18 mei 2020 en 22 juni 2020 aangemaand om het restantbedrag van € 48,79 alsnog te voldoen. De consument heeft dit bedrag niet betaald.

Juridische kader

Op grond van artikel 6:96 lid 2 aanhef en onder c Burgerlijk Wetboek (verder te noemen ‘BW’) komen ‘redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte’ als vermogensschade mede voor vergoeding in aanmerking. De door A. gemaakte incassokosten zijn aan te merken als kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte (hierna; de buitengerechtelijke kosten). Maar op grond van artikel 6:96 lid 6 BW is de consument pas buitengerechtelijke kosten verschuldigd als zij, na het intreden van het verzuim, onder vermelding van de gevolgen van het uitblijven van betaling vruchteloos en op de juiste wijze is aangemaand tot betaling binnen een termijn van veertien dagen die aanvangt de dag na aanmaning. Met andere woorden, de consument is pas incassokosten verschuldigd als vast staat dat A. een aan de wettelijke eisen beantwoordende aanmaning (hierna: ‘de veertiendagenbrief’) aan de consument heeft verstuurd, nadat de consument in verzuim is geraakt.

Veertiendagenbrief

De veertiendagenbrief heeft pas haar werking indien zij de schuldenaar heeft bereikt. De veertiendagentermijn vangt dus aan de dag na die waarop de veertiendagenbrief door de schuldenaar is ontvangen.

Hoge Raad

De Hoge Raad heeft in het arrest uit 2016 expliciet overwogen dat in de veertiendagenbrief een juiste termijnstelling moet staan en wat de gevolgen zijn als dat niet is gebeurd. Wanneer in de veertiendagenbrief wel de betalingstermijn van veertien dagen is vermeld, maar een te vroege dag van aanvang of van einde van die termijn is aangewezen, dan wel daaromtrent verwarrende of misleidende informatie wordt gegeven, voldoet de brief dus niet aan de eisen van art. 6:96 lid 6 BW. De Hoge Raad voegt daar nog aan toe dat een onjuist vermelde termijn, die bijvoorbeeld een dag te kort was, niet ‘gerepareerd’ kan worden door nog een korte extra betalingstermijn van bijvoorbeeld een week of tien dagen te geven.

Overweging Kifid

De commissie overweegt als volgt. De bewijslast dat de brief van 18 maart 2020 aan de vereisten voldoet van artikel 6:96 lid 6 BW en dat en op welke dag de consument voornoemde brief heeft ontvangen op A. Aan deze bewijslast heeft A. niet voldaan. De commissie is van oordeel dat in de brief van 18 maart 2020 een onjuiste termijnstelling is opgenomen ‘Deze termijn van 14 dagen vangt aan 2 dagen na dagtekening van deze brief’. De veertiendagentermijn vangt pas aan wanneer de brief de consument heeft bereikt en dat zal niet altijd 2 dagen na dagtekening van de brief zijn.

Beslissing

De commissie komt tot de conclusie dat nu niet is vast komen te staan dat A. een aan de wettelijke eisen beantwoorde veertiendagenbrief aan de consument heeft verstuurd, de consument de buitengerechtelijke incassokosten niet aan A. verschuldigd is.


Bron: Kifid

 

Modules & dossiers

Opvoerdatum

14 mei 2021

Laatst gewijzigd

14 mei 2021

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1