Neem nu een abonnement op Fintool.nl
De betrouwbare vraagbaak voor financiële dienstverleners.
Abonneren Bekijk alle diensten
21 mei 2021 Nieuws

Dwangsom of meewerken aan verkoop voormalige echtelijke woning

Partijen waren in algehele gemeenschap van goederen gehuwd. De echtscheiding is bij beschikking van deze rechtbank van 10 juli 2019 uitgesproken. Die beschikking is op 9 augustus 2019 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
  • Dagelijkse e-mail nieuwsbrief
  • Kennisbank met 1000+ artikelen
  • Rekenmodellen en downloads
  • Persoonlijk archief
  • Inclusief Permanent Actueel module!!

Bij de echtscheidingsbeschikking van 10 juli 2019 is, overeenkomstig het aan die beschikking gehechte en op 12 december 2018 door partijen ondertekende echtscheidingsconvenant (hierna: het Convenant), de (wijze van) verdeling van (o.a.) de Woning, de hypotheek en de kapitaalverzekeringspolis vastgesteld.

Gedaagde (achterblijvende partij, de vrouw) heeft aangegeven de woning op haar naam te willen zetten. Indien de vrouw de woning niet kan overnemen, zal de woning te koop worden gezet.

Dwangsom

De primaire vordering (van de man)wordt toegewezen, waarbij de gevorderde dwangsom wordt gemaximeerd tot 10% van de WOZ-waarde van de Woning per waardepeildatum van 1 januari 2020.

Niet gebleken is dat de door toewijzing van de primaire vordering getroffen belangen van [naam gedaagde- de vrouw] aanmerkelijk groter zijn dan de belangen van [naam eiser- de man] die met (de aanzet tot) het finaliseren van de verdeling worden gediend.

Onvoldoende inspanning, geen respijt

Dat [naam gedaagde] als gevolg van de voorgenomen verkoop van de Woning aan een derde moet uitkijken naar andere woonruimte met de twee kinderen van partijen, geldt niet als een doorslaggevend belang aan haar kant. Haar vertrek uit de Woning is immers een voor haar voorzienbaar gevolg van de tussen partijen gemaakte afspraken in het Convenant, waarop zij al geruime tijd heeft kunnen anticiperen. Dit geldt ook nu partijen op 16 maart 2020 nadere afspraken hebben gemaakt over de termijn waarbinnen [naam gedaagde] de overname moest hebben geregeld. Of het dan gaat om een termijn tot 1 september 2020 (zoals [naam eiser] beweert) of een langere termijn (zoals [naam gedaagde] beweert), inmiddels is het april 2021 en nog immer is niet gebleken dat de pogingen van [naam gedaagde] in een dermate stadium verkeren dat het effectueren van de toedeling van de Woning aan haar zonder meer zeker en op korte termijn aanstaande is.

[naam gedaagde] heeft bovendien nagelaten in dit kort geding financiële gegevens van haar partner met wie zij de Woning in eigendom wenst te verkrijgen, te overleggen. Op grond van de in deze procedure enkel door haar beschikbaar gestelde eigen financiële gegevens kan betwijfeld worden of zij (alleen) tot overname in staat is. In redelijkheid kan van [naam eiser] dan niet worden gevergd dat hij het gesprek dat [naam gedaagde] op 7 april 2021 met een hypotheekadviseur heeft gepland en waarvan de uitkomst ten tijde van de mondelinge behandeling nog niet zeker was, nog afwacht.

Afspraak is afspraak

Overeenkomstig het Convenant is nu aan de orde dat actief aangestuurd wordt op de verkoop van de Woning aan een derde. Dit geldt temeer nu partijen in artikel 3.5 van het Convenant hebben afgesproken dat “(…) de vrouw zo gauw dit convenant is ondertekend, alles in het werk zal stellen om de woning op haar naam te zetten.”. Het Convenant is ondertekend op 12 december 2018. Dat [naam gedaagde] in de geest van die afspraak heeft gehandeld is niet aannemelijk. Voor het uitblijven van eerdere serieuze actie van [naam gedaagde] kan niet als overtuigend excuus gelden de (gevolgen van de) Corona-pandemie en haar (al in het Convenant verdisconteerde) arbeidssituatie.

Belang kind

Gelet op de door [naam gedaagde] gestelde problematiek van [naam kind 2, minderjarig] ziet de voorzieningenrechter wel aanleiding om een termijn van twee weken na betekening te verbinden aan de veroordeling voor zover die ziet op het via een verkoopopdracht aan de makelaar in de daadwerkelijke verkoop zetten van de Woning.

Beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt [naam gedaagde, de vrouw] om aan [naam eiser, de man] een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 5.1 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet (medewerking verkoop woning), tot een maximum van € 26.400,00 is bereikt.


Bron: Rechtspraak.nl

Downloads

Downloads zijn alleen beschikbaar voor abonnees. Log graag in of neem een abonnement.

Lees ook…

Belang van een goed opgesteld samenlevingscontract

In een kort geding eiste een ex-partner de medewerking van de ex-vrouw tot het ontslag hoofdelijke aansprakelijkheid van de ex-man. Partijen hebben in op 29 december 2011 een samenlevingsovereenkomst gesloten.

Recht op helft winst bij verkoop huis?

Partijen zijn op 25 juli 2001 met elkaar getrouwd in algehele gemeenschap van goederen. Bij beschikking van de rechtbank A. van 3 juni 2015 is de echtscheiding uitgesproken. Ruim 5 jaar na de echtscheiding is de woning verkocht en claimt de ex-partner een deel van de overwaarde...

Maak goede afspraken omtrent ontslag hoofdelijke aansprakelijkheid

Consument heeft een verzoek ingediend om uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de geldlening te worden ontslagen. De ex-partner van consument weigert medewerking.

OHA breekt voorwaarden niet

Consument heeft in 2011 een hypothecaire geldlening met voordeelrente afgesloten. In ruil voor een rentekorting zou hij een aflosvergoeding verschuldigd zijn bij vrijwillige verkoop van de woning. In 2015 is zijn ex-partner uit de hoofdelijke aansprakelijkheid ontslagen en heeft zijn huidige partner zich daartoe verbonden.

Rubrieken

Dossiers

Opvoerdatum

21 mei 2021

Laatst gewijzigd

21 mei 2021

Adresgegevens

Fintool
Vlinderweg 2 | Unit 0.24
2623 AX Delft

Telefoon 085 - 111 89 99
Telefax 085 - 111 88 80
E-mail: info@fintool.nl

Fintool bv © 2003/2021. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.