Met 5,5 procent was het ziekteverzuimpercentage in 2000 en 2001 het hoogst sinds de start van de kwartaalenquête ziekteverzuim in 1996. Sindsdien is het verzuim gedaald. In 2014 bereikte het ziekteverzuim met 3,8 procent het laagste niveau, waarna het weer toenam.
Alleen in de financiële dienstverlening lag het verzuim door ziekte in 2020 onder de 3 procent. Ook in de specialistische zakelijke dienstverlening was het verzuim met 3,1 procent laag, evenals in de bedrijfstak informatie en communicatie (3,2 procent). In alle drie de bedrijfstakken bleef het verzuim door ziekte nagenoeg onveranderd ten opzichte van 2019.
Het ziekteverzuimpercentage is steevast het laagst bij de kleinste bedrijven, maar nam bij deze bedrijven met minder dan 10 werknemers wel het sterkst toe: van 1,7 procent in 2019, naar 2,8 procent in 2020. De laatste keer dat het ziekteverzuim bij de kleinste bedrijven zo hoog was, was in 2002. Bij de middelgrote bedrijven is het ziekteverzuim toegenomen tot 4,4 procent (3,8 procent in 2019). Grote bedrijven (met 100 werknemers of meer) kenden een verzuim van 5,4 procent, tegen 5,2 procent een jaar eerder.
De kwartaalcijfers over ziekteverzuim worden bepaald aan de hand van een enquête onder bedrijven. Daaruit is echter niet af te leiden met welke klachten werknemers verzuimen. In de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA), uitgevoerd door CBS en TNO, worden werknemers wel bevraagd over de klachten waarmee ze de laatste keer hebben verzuimd, eventueel langer dan een jaar geleden.
Verreweg de meest voorkomende klacht waarmee werknemers tussen de 15 en 75 jaar verzuimen, is griep of verkoudheid. In 2020 gaf 30 procent van alle werknemers aan zich met dergelijke klachten wel eens te hebben ziekgemeld. Na griep of verkoudheid werden rugklachten, psychische klachten en buik-, maag- of darmklachten (alle 5 procent) ook relatief vaak genoemd als reden voor verzuim. Bijna een kwart (24 procent) van alle werknemers gaf aan nog nooit te hebben verzuimd.
Bron: CBS
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99