Kern van de klacht is dat de bank heeft verzuimd de erflaatster erop te wijzen (en daarbij voldoende te waarschuwen) dat zij haar spaargeld in aflossing kon brengen op het uitstaande hypotheekkrediet en daarmee een aanzienlijk bedrag aan hypotheekrente kon besparen.
Een waarschuwingsplicht geldt in situaties waarin de kredietnemer wordt blootgesteld aan onverantwoorde risico’s, in het bijzonder aan betalingsverplichtingen die zich niet verdragen met zijn inkomens- en vermogenspositie.
Van zulke risico’s is in dit geval geen sprake. Het is immers niet gebleken dat de verplichtingen in verband met het hypotheekkrediet (volgens de erfgenamen ongeveer € 100,- per maand) te hoog waren gelet op de inkomensen vermogenspositie van de erflaatster.
Daar komt bij dat het in dit geval niet om complexe producten ging – een spaarrekening en een hypotheekkrediet – en de verplichtingen van de erflaatster in verband met het hypotheekkrediet zijn voldoende duidelijk weergegeven in de offerte en overeenkomst.
Ten slotte kan, omdat de erflaatster niet meer in leven is, de precieze toedracht ook niet worden achterhaald door navraag bij haar te doen. Het is daarom niet gebleken dat de bank in strijd met een waarschuwingsplicht heeft gehandeld.
Naar het oordeel van de commissie is niet gebleken dat de bank in strijd met een verplichting heeft gehandeld.
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99