De voorschriften ten aanzien van geluid zijn opgenomen in de omgevingsvergunningen. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het handhaven daarvan. Het is daarom aan de betreffende gemeenten om vast te stellen of er sprake is van overschrijding van de geluidsnormen en aan de hand van hun bevindingen te besluiten over eventuele stappen.
Exploitanten van windparken dienen zich altijd te houden aan de geldende regelgeving voor geluid, namelijk de norm van 47 dB Lden, met een aanvullende normering voor de nacht van 41 dB Lnight. In het geval van twijfel of de jaargemiddelde geluidbelasting binnen deze normen valt, kan in de praktijk worden gecontroleerd of een windturbine voldoet aan het geaccrediteerde geluidproductieniveau dat dient als basis voor de berekening. De normen zijn gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke inzichten en op dit moment is er geen wetenschappelijke aanleiding om de normen te herzien. Het RIVM houdt de bestaande kennis over gezondheid en windturbines up-to-date.
Er zijn verschillende opties om de geluidsproductie van een windturbine te verminderen in geval van geluidsoverlast. Dit kan door de windturbine in een lagere ‘noise-mode’ te zetten, waardoor deze minder snel draait en minder geluid produceert.
Tegelijkertijd vinden er op dit gebied innovaties plaats waardoor het geluid bij nieuwere windturbines met een hoger vermogen niet toeneemt ten opzichte van oudere windturbines. Zo kunnen nieuwe wieken worden voorzien van ‘uilenveren’, die ervoor zorgen dat er minder geluid wordt geproduceerd. Dit maakt dat een grotere windturbine dus niet per sé meer geluid maakt dan een kleinere windturbine.
De landelijke norm voor windturbinegeluid is 47 dB. Dit is een gemiddelde norm die bestaat uit het gemiddelde geluid van alle dagen. Geluid dat wordt uitgestoten in de avonden en nachten wordt in het gemiddelde zwaarder meegewogen dan geluid dat overdag wordt uitgestoten. In de berekening geldt voor de avonden een straffactor van 5 dB, voor de nachten een straffactor van 10 dB. 47 dB is daarom niet de hoogte van de werkelijke geluidsbelasting op woningen, die is in de praktijk maximaal 43-45 dB(A). Overigens geldt voor de nacht een gemiddelde norm van 41 dB (de Lnight norm).
Bij windparken die voldoen aan de norm, kan alsnog sprake zijn van geluidshinder. Om dit verder te beperken, verken ik momenteel samen met NWEA (branchevereniging voor windenergie) de opties daarvoor. Hierbij kan gedacht worden aan een app waarmee omwonenden inzicht krijgen in het verwachte geluidsniveau en ook zelf kunnen aangeven in hoeverre zij geluidsoverlast ervaren. Soms moeten exploitanten hun windturbines stilzetten om zo binnen de jaargemiddelde geluidsnorm te blijven. Met gebruikersinformatie uit de app kan de ontwikkelaar dan gerichter de benodigde stilstand toepassen. Het gebruiken van een app wordt door NWEA ondersteund.
Welke conclusies verbindt u aan de in het bericht genoemde Deense studie waaruit blijkt dat mensen die dichter dan 500 meter bij windturbines wonen klachten kunnen ontwikkelen zoals hart- en vaatziekten, slapeloosheid en depressie?
In het genoemde RIVM-rapport staat aangegeven dat de resultaten uit de Deense studie een uitzondering zijn op het beeld vanuit de overige studies die geen eenduidig bewijs voor gezondheidseffecten vinden. De Deense studie vindt “suggestief bewijs” voor een verband tussen langdurige blootstelling aan windturbinegeluid en atriumfibrillatie (een hartritmestoornis). Mogelijk is de fibrillatie een gevolg van (chronische) hinder door het windturbinegeluid, maar in hetzelfde cohortonderzoek is geen verband gevonden met beroertes of ischemische hartziekten. Hieruit concludeert het RIVM dat er (nog) geen bewijs is voor een directe link tussen windturbines en aandoeningen als hart- en vaatziekten, maar dat de ervaren hinder door windturbines wel kan leiden tot klachten zoals een hartritmestoornis. Hierom is het extra belangrijk om de ervaren hinder te reduceren.
Windturbines produceren geluid en bij de inpassing van windparken wordt hiermee rekening gehouden. Zoals ook aangegeven in antwoord 4, geldt bij de maximaal toelaatbare geluidbelasting op de omliggende gevels een geaccepteerd risico van 9% ernstig gehinderden, dus er zullen inderdaad omwonenden met bepaalde gezondheidseffecten zijn. Er is momenteel geen indicatie dat het laagfrequente deel van windturbinegeluid andere effecten heeft op omwonenden dan geluid in het algemeen. Ook andere bronnen produceren ‘gewoon’ geluid en soms laagfrequent geluid, zoals het weg-, rail- en luchtverkeer.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99