Neem nu een abonnement op Fintool.nl
De betrouwbare vraagbaak voor financiële dienstverleners.
Abonneren Bekijk alle diensten
17 jun 2021 Nieuws

Premievrije polis hoop geld waard

Ondanks wanbetaling moet een verzekeraar toch het initieel verzekerde kapitaal aan de consument uitkeren. Hierop moeten het reeds uitgekeerde kapitaal en de verschuldigde maar nog niet betaalde premies in mindering worden gebracht.
  • Dagelijkse e-mail nieuwsbrief
  • Kennisbank met 1000+ artikelen
  • Rekenmodellen en downloads
  • Persoonlijk archief
  • Inclusief Permanent Actueel module!!

In deze mondelinge uitspraak oordeelt de commissie dat de verzekeraar niet heeft voldaan aan zijn waarschuwingsplicht, zoals bedoeld is in artikel 7:980 BW. De verzekeraar kan zich daarom niet op de gevolgen van het niet-betalen van de premie beroepen. Dit betekent dat hij de verzekering van de consument niet premievrij had mogen maken. Dus moet ervan worden uitgegaan dat de verzekering premiebetalend is blijven doorlopen tot de einddatum van de verzekering. Het beroep van de consument op artikel 7:980 BW is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar.

Verjaring?

De verzekeraar stelt allereerst dat de vordering van de consument op grond van artikel 3:310 BW is verjaard. Dit artikel ziet alleen op de verjaring van een vordering tot schadevergoeding. Van een vordering tot schadevergoeding is hier echter geen sprake. De consument vordert immers uitkering onder de verzekeringsovereenkomst en dat is een vordering tot nakoming van een verplichting uit de overeenkomst. Artikel 3:310 BW is dan ook niet van toepassing. Omdat het beroep van de verzekeraar op verjaring ex artikel 3:310 BW niet slaagt, gaat de commissie over tot de inhoudelijke beoordeling van de klacht.

Waarschuwingsplicht

De consument vindt dat de verzekeraar niet heeft voldaan aan zijn waarschuwingsplicht ex artikel 7:980 BW. De commissie overweegt ten aanzien hiervan het volgende.

De wetgever heeft ervoor gekozen om voor de waarschuwingsplicht ten aanzien van het niet betalen van de vervolgpremie bij levensverzekeringen niet aan te sluiten bij artikel 7:934 BW, maar heeft een speciale regeling opgenomen in artikel 7:980 BW. De reden hiervoor is onder meer de bescherming van anderen dan de schuldenaar/de verzekeringnemer, zoals de begunstigde voor zover deze de begunstiging heeft aanvaard en de pandhouder. Zij hebben bij het ongewijzigd voortzetten van de verzekering minstens zoveel belang als de verzekeringnemer zelf, zodat ook zij voor de gevolgen van het nietbetalen van de vervolgpremie dienen te worden gewaarschuwd en de gelegenheid moeten hebben om alsnog de achterstallige premie te voldoen.

BW

Zoals aangegeven bevat artikel 7:980 lid 1 BW een waarschuwingsplicht voor de verzekeraar: het niet-betalen van de vervolgpremie door de verzekeringnemer heeft eerst gevolg, als de verzekeraar na de vervaldag van die vervolgpremie de verzekeringnemer, de begunstigde, indien deze zijn aanwijzing heeft aanvaard, de pandhouder en de beslaglegger door een mededeling op dat gevolg heeft gewezen en betaling binnen een daarbij op ten minste één maand gestelde termijn is uitgebleven. Van artikel 7:980 lid 1 BW kan op grond van artikel 7:986 lid 3 BW niet ten nadele van de verzekeringnemer, de begunstigde, de pandhouder of de beslaglegger worden afgeweken.
Dit laatste geldt alleen voor zover de verzekeringnemer een natuurlijk persoon is en deze de verzekering sluit anders dan in verband met de uitoefening van een beroep of bedrijf.

Als de verzekeraar niet heeft voldaan aan de waarschuwingsplicht van artikel 7:980 lid 1 BW, kan hij zich niet beroepen op de gevolgen van het niet-betalen van de premie.

Zijde verzekeraar

In zijn brief van 30 maart 2011 heeft de verzekeraar nagelaten om de consument op de gevolgen van het niet-betalen van de premie te wijzen. Ook heeft hij nagelaten om de consument een termijn van een maand te gunnen om alsnog de achterstallige premie te voldoen. De verzekeraar heeft dus niet voldaan aan zijn waarschuwingsplicht ex artikel 7:980 BW en had de verzekering van de consument om die reden niet premievrij mogen maken.

Het gegeven dat de consument is aangemaand door de tussenpersoon, maakt het bovenstaande niet anders, omdat de waarschuwingsplicht blijkens artikel 7:980 BW op de verzekeraar rust. Eventuele aanmaningen door een tussenpersoon, die overigens ook niet aan de in artikel 7:980 BW gestelde eisen voldeden, ontslaan de verzekeraar niet van zijn waarschuwingsplicht.

Toch al geen intentie tot betalen (..)

De verzekeraar heeft aangevoerd dat een laatste aanmaning door de verzekeraar er met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet toe had geleid dat de consument alsnog alle achterstallige premies had voldaan. De consument had volgens de verzekeraar niet de intentie om te betalen.

De verzekeraar wijst in dat kader op het feit dat de consument zijn adreswijziging pas jaren later aan de verzekeraar heeft doorgegeven. Volgens de verzekeraar was de consument zich zeer bewust van het gegeven dat hij hierdoor eventuele aanmaningen van de verzekeraar niet zou ontvangen. Daarnaast was de consument volgens de verzekeraar ook niet in staat om de achterstallige premies te betalen, daar hij zakelijk failliet was. Op verzoek van de verzekeraar heeft de betrokken tussenpersoon ter zitting uitlatingen gedaan over de gang van zaken. De commissie merkt hierover het volgende op. Uit zowel het dossier als de verklaring ter zitting van de tussenpersoon is niet gebleken dat de consument niet wilde betalen. Uit de enkele omstandigheid dat de consument zijn adreswijziging pas na enkele jaren aan de verzekeraar heeft doorgegeven, kan naar het oordeel van de commissie niet zonder meer worden afgeleid dat de consument zijn achterstallige premies niet wilde voldoen.

De verzekeraar heeft er echter voor gekozen om geheel geen aanmaning als bedoeld in artikel 7:980 BW te versturen en heeft daarmee de consument de kans ontnomen om alsnog de achterstallige premie te betalen. De stelling van de verzekeraar dat de consument niet kon betalen, wordt door de consument betwist.

Beslissing

De slotsom is dat de vordering ad € 15.134,00 van de consument wordt toegewezen.


Bron: Kifid

Downloads

Downloads zijn alleen beschikbaar voor abonnees. Log graag in of neem een abonnement.

Lees ook…

Tijdbom onder premievrije risicoverzekeringen

De overlijdensrisicoverzekering van Consument is wegens een premieachterstand premievrij gemaakt. Na het overlijden van de echtgenoot van Consument keert Verzekeraar de (lagere) premievrije waarde uit.

13 dagen is geen 14

Kifid stelt dat een Consument niet op de juiste wijze is aangemaand tot het nakomen van zijn verplichting tot het betalen van de vervolgpremie.

Kifid: een termijn van ’30 dagen’ in herinneringsbrief voldoet niet

Een achterstand in premiebetaling kan ertoe leiden dat de verzekeraar een verzekering premievrij voortzet. Voordat het zover is, moet de verzekeraar onder andere de verzekeringnemer eerst herinneren aan de premiebetaling en waarschuwen voor de mogelijke gevolgen. Met het noemen van een termijn van ’30 dagen’ (in plaats van ‘een maand’) in de herinneringsbrief heeft verzekeraar niet voldaan aan zijn waarschuwingsplicht, aldus de Geschillencommissie van Kifid. De consument mag er daarom van uitgaan dat de levensverzekering premiebetalend is blijven doorlopen en heeft recht op het oorspronkelijk verzekerde kapitaal.

14-dagen brief onjuist opgesteld

Nadat de consument de premie voor het lidmaatschap Wegenwacht niet (tijdig) heeft betaald, heeft deze een aanmaning gekregen en zijn aanvullende incassokosten in rekening gebracht. Consument betaalt wel de premie, maar niet de incassokosten.

Wanbetaling? Dan aangetekende brief versturen.

Consument heeft sinds 21 juni 2010 een woonlastenverzekering bij Verzekeraar. Op 24 september 2018 heeft Verzekeraar Consument geïnformeerd dat de premies met betaaldatum 21 juli 2018 en 21 augustus 2018 niet konden worden afgeschreven en heeft Verzekeraar aangegeven dat de premie bij de eerstvolgende incasso wordt geïnd. Deze incasso mislukt wederom.

Wanbetaling, toch dekking

De Commissie van Beroep is net als de Geschillencommissie van oordeel dat de in art. 7:980 lid 1 BW opgenomen termijn van “ten minste één maand” niet gelijkgesteld kan worden met een termijn van dertig dagen.

Rubrieken

Dossiers

Opvoerdatum

17 jun 2021

Laatst gewijzigd

17 jun 2021

Adresgegevens

Fintool

Telefoon 085 - 111 89 99
Telefax 085 - 111 88 80
E-mail: info@fintool.nl
KvK 27256668

Fintool bv © 2003/2024. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.