Drs. Jelle van den Berg heeft de evaluatie voorzien van een verklarend commentaar en beschrijft een eventueel vervolg.
De structurele schenkingsvrijstelling was indertijd ingevoerd met als doel het verminderen van de eigenwoningschuld en het verlagen van het percentage hypotheken waarvoor de schuld groter is dan de woningwaarde, de zogenoemde onderwaterhypotheken [Kamerstukken II 2015-16, 34 302 nr. 3, blz. 29]. Met andere woorden het verkleinen van de financiële kwetsbaarheid van eigenwoningbezitters. Dit is een ander doel dan die van de tijdelijke vrijstellingen uit 2013 en 2014. Die vrijstelling had als doel de woningmarkt (in een tijd van crisis) weer op gang te helpen [Kamerstukken II 2015-16, 34 302 nr. 3, blz. 30]. De overall conclusie van SEO is dat de schenkingsvrijstelling op de financiële kwetsbaarheid van huishoudens nauwelijks invloed heeft.
De maximale impact van de 2,2 miljard euro die in 2017 en 2018 onder de regeling geschonken zijn, is een verlaging van de landelijke hypotheekschuld met drie promille. Een deel van deze schenkingen had echter ook zonder de verruiming wel plaatsgevonden, of het geld was op een ander moment of op een andere manier bij de ontvanger terechtgekomen. In dat geval is het effect van de regeling op de hypotheekschuld nog veel kleiner. In de praktijk is er voornamelijk sprake van schenkingen aan een kleine groep huishoudens die al een relatief goede financiële uitgangspositie heeft. Dit verkleint niet alleen het bereik, maar heeft ook als nadelig neveneffect dat de vermogensongelijkheid binnen generaties hierdoor toeneemt. De regeling is daarom niet doeltreffend en minder doelmatig om het beoogde beleid (verminderen van de eigenwoningschuld) te bereiken. Sterker nog de schenkingsvrijstelling vergroot de vermogensongelijkheid. Zo snel mogelijk afschaffen lijkt de evaluatie uit te stralen.
Er is echter wel een opvallend stukje in de evaluatie dat verder moet worden onderzocht. Op blz. 19 van de evaluatie wordt het volgende vastgesteld. “Het merendeel van de huishoudens gebruikt de schenking om een huis te kopen. Iets minder dan een kwart van de huishoudens die een schenking ontvangt in 2017 en 2018 gebruikt de schenking om de hypotheek (deels) af te lossen. Huishoudens gebruiken de regeling nauwelijks om erfpacht af te lossen, restschuld af te lossen of een mix van bovenstaande doeleinden”. Dit onderschrijft de conclusie dat er nauwelijks effect op de financiële kwetsbaarheid is. Zeker als later uit de evaluatie blijkt dat er veelal een duurder huis wordt aangekocht (blz. 33). Bedenk echter dat de vrijstelling alleen geldt voor eigenwoningbezitter tot 40 jaar. De evaluatie gaat (verder) in op het gebruik van de schenking. Door de krappe woningmarkt zijn starters (onder de 40 jaar) meer geneigd om de schenking te gebruiken om een (duurdere) woning aan te kopen. De groep 40-plussers heeft vaak al een woning. De schenking wordt dan juist gebruikt om af te lossen op de hypotheekschuld.
“Dat blijkt ook wanneer de resultaten uit deze studie worden vergeleken met die van de Algemene Rekenkamer [Algemene Rekenkamer, 2017, schenkingsvrijstelling eigen woning: Effecten op de hypotheekschuld]. In 2013 en 2014 werd (zonder leeftijdsgrens) verhoudingsgewijs veel vaker afgelost (74 procent) op de hypotheek en veel minder vaak een woning gekocht (19 procent) met behulp van de schenking. De gemiddelde leeftijd van de ontvangers was toen 42 jaar. In 2017 en 2018 werd de schenking juist in 55 respectievelijk 58 procent van de gevallen gebruikt om een woning te kopen” (blz. 53).
Als tussenconclusie kan worden gesteld dat de huidige vrijstelling veel meer effect lijkt te hebben bij 40-plussers. Zou de vrijstelling gehandhaafd worden, dan zou dit effect verder moeten worden onderzocht. Bij een positieve uitkomst, moet de vrijstelling juist (alleen) gelden voor 40-plusser en niet voor 40-minners.
Al met al zijn er voldoende redenen om de schenkingsvrijstelling snel af te schaffen. De doelstellingen worden nagenoeg niet bereikt. Vergroting van de vermogensongelijk kan niet de bedoeling van wetgever zijn. Zeker niet als er nationale en internationale discussie spelen om de schenk- en erfbelastingtarieven te verhogen. De ‘bal’ ligt nu bij het Parlement. Zelf verwacht ik niet dat de vrijstelling op korte termijn wordt afgeschaft. In de aanbiedingsbrief van de staatssecretaris Vijlbrief lees ik niets over een mogelijke afschaffing [Aanbiedingsbrief Publicatie evaluatie schenkingsvrijstelling eigen woning 30 juni 2021, nr. 2021-0000112335]. Bij de komende wetsvoorstellen van Prinsjesdag verwacht ik geen voorstel tot afschaffing. Afschaffen heeft wel mijn voorkeur, maar zal op zijn vroegst (per 2023?) door het nieuwe kabinet worden voorgesteld.
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99