In het pensioenakkoord is een tijdelijke fiscale versoepeling afgesproken (van 2021 t/m 2025) voor RVU’s. Werkgevers mogen werknemers 36 maanden (3 jaar) voor de AOW-leeftijd een bedrag tot € 22.164 per jaar (bedrag 2021) meegeven, zonder dat zij daarover 52% pseudo-eindheffing (ook wel genoemd een RVU-heffing) moeten betalen. Dit is vastgelegd in de wet Bedrag ineens, RVU en verlofsparen, waarbij het onderdeel RVU per 1 januari 2021 in werking is getreden.
De maatregel beoogt werknemers die overvallen zijn door de verhoogde AOW-leeftijd, en niet in staat zijn door te werken tot de verhoogde AOW-leeftijd – bijvoorbeeld omdat ze zwaar werk doen en er in het verleden onvoldoende is geïnvesteerd in hun duurzame inzetbaarheid – de mogelijkheid te bieden eerder te stoppen met werken. Sociale partners kunnen afspraken maken over welke werknemers in hun sector in aanmerking komen voor een RVU. Ook op individueel niveau kunnen werkgevers en werknemers hier afspraken over maken.
Het onderzoek naar de cao-afspraken laat zien dat per eind maart 2021 voor 27% van alle werknemers die onder een cao vallen, een afspraak is gemaakt over RVU (ongeveer 1,5 miljoen werknemers).
Tabel 1. Cao-afspraken over RVU
Afspraak over RVU
Percentage werknemers
* geen afspraak: 73%
* afspraak, waarvan 27%
- regeling, 28%
- voornemen, 40%
- onderzoek, 16%
- anders, namelijk, 14%
- geen afspraak, <1%
Bron: Rijksoverheid
1/12/2021 toevoeging 'Antwoorden op vragen over inbreng schriftelijk overleg Onderzoek naar cao-afspraken RVU'
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99