MijnFintool

Nieuws

Aankoop woning, moet partner meetekenen?

De rechtbank heeft een uitspraak gedaan in een geschil waarbij de woning door koper uiteindelijk niet werd afgenomen. Een van de argumenten van de koper was dat diens partner niet heeft meegetekend op de koopovereenkomst en derhalve de koopovereenkomst vernietigbaar was. De verkoper vorderde de contractuele boete bij het niet succesvol inroepen van het financieringsvoorbehoud. Daarnaast claimde de verkoper het 'verlies' in verkoopopbrengst tussen de eerste verkoop en de tweede.

De rechtbank verwerpt het beroep op vernietiging.

  • Artikel 1:88 BW lid 1 geeft een limitatieve opsomming van rechtshandelingen waarvoor een echtgenoot de toestemming van de andere echtgenoot behoeft. De ratio daarvan is dat het beoogt de echtgenoten, in het belang van het gezin, te beschermen tegen het verrichten van rechtshandelingen die gezien het voorwerp van de rechtshandeling (zoals de echtelijke woning) of de aard daarvan benadelend zijn of een groot financieel risico brengen.
  • [naam gedaagde 1] heeft de woning van [naam 1] gekocht. Los van de vraag of hij voornemens was om met zijn gezin de woning te betrekken, dan wel van plan was om de woning direct door te verkopen, is de aankoop van een woning niet een overeenkomst in de zin van onderdeel artikel 1:88 lid 1 sub a BW waarvoor toestemming van de echtgenote van [naam gedaagde 1] vereist was. Er is immers geen sprake van een koopovereenkomst strekkende tot ‘vervreemding, bezwaring of ingebruikgeving’ van een bewoonde woning. In de door [naam gedaagde 1] zelf aangehaalde uitspraak (ECLI:NL:RBUTR:2008:BD6002) wordt dit enkel bevestigd.
  • De rechtbank erkent dat de koopovereenkomst die [naam gedaagde 1] sloot, zeker gezien de hoogte van de koopsom, een enorm risico met zich bracht voor zijn gezin. In dat licht kan de rechtbank zich ook eigenlijk niet voorstellen dat [naam gedaagde 1] de overeenkomst destijds geheim heeft gehouden (of überhaupt heeft willen houden) voor zijn echtgenote. Maar wat daarvan ook zij: de beschermingsgrond onder a ziet niet op de financiële positie van het gezin. Die beschermingsgrond strekt ertoe dat de niet-handelend echtgenoot het genot van de woonruimte niet zonder instemming mag verliezen doordat de handelend wederhelft die aan een derde laat. Daarvan is geen sprake.
  • Of het wenselijk is om de niet-handelend echtgenoot ook te beschermen tegen andere handelingen met een groot financieel risico, is een vraag voor de wetgever en voor de wetgever alleen. De rechter is geen wetgever (zie ook de artikel 11 en 12 van de Wet van 15 mei 1829, houdende algemeene bepalingen der wetgeving van het Koningrijk).
  • De slotsom is dan ook, dat aan de vernietigingsverklaring van de echtgenote van [naam gedaagde 1] geen betekenis toekomt. Het verweer faalt.


Aanvullende schadevergoeding (lagere verkoopopbrengst)
Voor de vraag of [naam 1] recht heeft op het verschil tussen de met [naam gedaagde 1] overeengekomen koopsom en de uiteindelijke gerealiseerde koopsom is het volgende van belang.

  • De rechtbank gaat ervan uit dat de woning ten tijde van de koop op 16 juli 2018 € 1.050.000,- waard was. Immers, dat is wat partijen over de waarde van de woning destijds zijn overeengekomen. Door partijen zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit kan worden opgemaakt dat de waarde op het moment dat de levering had moeten plaatsvinden wezenlijk zou zijn veranderd. Dat betekent dat de woning op dat moment nog steeds € 1.050.000,- waard was en dat het niet afnemen van de woning door [naam gedaagde 1] bij [naam 1] niet heeft geleid tot een vermogensverandering bij [naam 1] . Zij was in bezit van een huis van € 1.050.000,- en zij behield dat bezit.
  • [naam 1] heeft negen maanden later alsnog de woning weten te verkopen en is met de betreffende koper een lagere koopsom van € 900.000,- overeengekomen. [naam gedaagde 1] heeft echter geen enkele invloed gehad op de prijsontwikkeling na ontbinding van de koopovereenkomst.
  • Als moet worden aangenomen dat de woning objectief gezien minder waard zou zijn geworden, valt dit [naam gedaagde 1] niet te verwijten: hij heeft die mogelijke waardedaling niet veroorzaakt. Overigens acht de rechtbank de kans klein dat sprake is geweest van een waardedaling, in een huizenmarkt die al jaren steeds overspannener wordt en waarin record na record lijkt te worden gebroken.
  • Als moet worden aangenomen dat de woning niet in waarde is gedaald, maar [naam 1] er niet in is geslaagd de waarde te verzilveren, dan is dat evenmin te wijten aan het handelen van [naam gedaagde 1] . Hij heeft immers met de onderhandelingen tussen [naam 1] en de uiteindelijke koper niets van doen gehad. Hij heeft hierin ook geen verstorende rol gespeeld, door bijvoorbeeld voor te spiegelen dat hij de woning alsnog wilde opeisen.
  • Mogelijk is het een combinatie van beide factoren (marktwerking en verkooptalent), maar dat leidt tot hetzelfde resultaat.

Beslissing
De rechtbank is gelet op het voorgaande dan ook van oordeel dat het causaal verband tussen het niet afnemen van de woning door [naam gedaagde 1] en de lagere verkoopprijs niet is aangetoond. De vordering tot vergoeding van het verschil tussen de met [naam gedaagde 1] overeengekomen koopsom van € 1.050.000,- en de uiteindelijk lagere verkoopprijs van € 900.000,- zal dan ook worden afgewezen.


Bron: Rechtspraak.nl

Modules & dossiers

Opvoerdatum

03 aug 2021

Laatst gewijzigd

03 aug 2021

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1