MijnFintool

Nieuws

Huwelijkse voorwaarden en schenkingen

In geschil bij het gerechtshof is de vraag of een schenking van de ouders van de vrouw met een uitsluiting zijn geschonken aan de vrouw. De vrouw was gehuwd op huwelijkse voorwaarden. De rechtbank had eerder de schenking(en) buiten het gemeenschappelijke vermogen gelaten.

Huwelijkse voorwaarden

De huwelijkse voorwaarden tussen partijen houden kort gezegd in dat tussen hen een beperkte huwelijksgemeenschap bestaat, volgens artikel 2 van de huwelijkse voorwaarden: “in die zin dat deze beperkte gemeenschap betreft de ten gunste van de echtgenoten gezamenlijk als en/of rekening bij een financiële instelling geadministreerde rekening(en).” Iedere andere huwelijksvermogensrechtelijke gemeenschap is uitgesloten.

In artikel 11 van de huwelijkse voorwaarden hebben partijen vastgelegd dat bij het einde van het huwelijk door echtscheiding “er verrekening van hun vermogens plaatsvindt, zodanig dat ieder van partijen gerechtigd is tot een waarde gelijk aan die, waartoe hij gerechtigd zou zijn indien tussen de echtgenoten algehele gemeenschap van goederen had bestaan”.

in principaal hoger beroep

De man

De man stelt met zijn eerste grief kort gezegd aan de orde dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat een bedrag van € 26.779,- buiten het te verrekenen vermogen van de vrouw valt, omdat dit schenkingen van haar ouders onder uitsluitingsclausule zijn. Volgens de man zijn partijen in artikel 11 van de huwelijkse voorwaarden overeengekomen dat verrekening van hun vermogens plaatsvindt; ook schenkingen vallen onder dat beding. De vrouw heeft niet aangetoond dat de schenkingen van haar ouders onder uitsluitingsclausule zijn gedaan, zodat deze bedragen verrekend dienen te worden.

De vrouw

De vrouw voert verweer. De rechtbank heeft, aldus de vrouw, terecht vastgesteld dat de schenkingen alleen voor de vrouw bestemd waren. Het is de bedoeling van haar ouders geweest dat de gelden uitsluitend aan de vrouw zouden toekomen. Zij wijst erop dat haar ouders de schenkingen op haar privérekening hebben gestort met de omschrijving ‘voor [de vrouw] ’, en dat in deze omschrijving een schenking onder uitsluiting besloten ligt. De vrouw geeft aan dat haar ouders ook bedragen hebben geschonken die zijn gestort op de gezamenlijke rekening van partijen. De ouders hebben de schenkingen gedaan in de wetenschap dat op grond van de huwelijkse voorwaarden een beperkte huwelijksgemeenschap bestond tussen de man en de vrouw, bestaande uit de gezamenlijke en/of-rekening(en) en dat elke andere gemeenschap was uitgesloten. Volgens de vrouw mochten haar ouders erop vertrouwen dat op grond van de bij hen bekend zijnde huwelijkse voorwaarden voor een bij uitsluiting aan de vrouw gedane schenking deze wijze van schenken aan de vrouw voldoende zou zijn. Bij hen mag niet bekend worden verondersteld dat in de huwelijkse voorwaarden nadere bepalingen zijn opgenomen. Voor zover nodig dient voor de uitleg van de schenkingen en de daarbij gedane verklaringen van de ouders aansluiting gezocht te worden bij het Haviltexcriterium. Het zou in strijd met de redelijkheid en billijkheid zijn als de gelden middels verrekening deels ook ten goede van de man komen, aldus de vrouw.

Het hof

Het hof stelt – evenals de rechtbank – voorop dat vanwege artikel 11 van de huwelijkse voorwaarden, tussen partijen per peildatum een verrekening van de vermogens van de echtgenoten plaatsvindt, aldus dat ieder van partijen gerechtigd is tot een waarde gelijk aan die waartoe hij gerechtigd zou zijn indien tussen de echtgenoten een algehele gemeenschap van goederen had bestaan. Deze regel brengt mee dat het bij ieder van partijen aanwezig vermogen in beginsel in de verrekening dient te worden betrokken.

De vrouw beroept zich echter op (het rechtsgevolg van) onder uitsluiting gedane schenkingen door haar ouders. Hetgeen de vrouw in dit verband heeft gesteld, is naar het oordeel van het hof onvoldoende om tot de vaststelling te komen dat de schenkingen van de ouders die hier aan de orde zijn, ten tijde van de schenkingen onder uitsluiting zijn gedaan. Het betreft een viertal schenkingen gedaan in 2007, 2009, 2010 en 2014.

Overschrijving..

De vermelding “schenking [de vrouw] ”, of “ [de vrouw] schenking” bij de overschrijvingen is onvoldoende om een uitsluiting aan te kunnen nemen, ook indien rekening wordt gehouden met de door de vrouw aangehaalde omstandigheid dat de ouders ook twee schenkingen hebben gedaan door storting op de gezamenlijke rekening van partijen. De stelling van de vrouw omtrent de kennis van de ouders van de inhoud van de huwelijkse voorwaarden, is voor de door de vrouw voorgestane werking onvoldoende relevant. De verklaring van de ouders van 23 mei 2018, die de vrouw als productie in het geding heeft gebracht, maakt het voorgaande niet anders. In deze verklaring is immers niet aan de orde dat met de vrouw voorafgaande aan, of ten tijde van, het verrichten van de schenking(en) is afgesproken dat de schenking(en) onder uitsluiting zou(den) worden, of werd(en), gedaan.

Beslissing

De grief van de man slaagt. De door de vrouw aangevoerde omstandigheden zijn niet voldoende om een beroep op de redelijkheid en billijkheid te kunnen aanvaarden. Het bedrag van € 26.779,- uit hoofde van de schenkingen dient alsnog in de afrekening te worden betrokken.


Bron: Rechtspraak.nl

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1