Eiseres is in 2018 gescheiden. Tussen eiseres en haar ex-echtgenoot is geen echtscheidingsconvenant gesloten. In de echtscheidingsbeschikking staat dat de vrouw gerechtigd is om tot de datum van levering in de woning te blijven onder de voorwaarde dat zij de aan de echtelijke woning verbonden lasten, waaronder de hypotheekrente, tot de datum van levering voor haar rekening neemt.
De eventuele overwaarde of onderwaarde na verkoop en levering komen ieder van de ex-partners voor de helft toe.
Eiseres heeft in haar aangifte IB/PVV 2018 een bedrag van € 4.565 in aftrek gebracht als betaalde alimentatie en andere onderhoudsverplichtingen. Dit is de helft van de door haar betaalde hypotheekrente. Verweerder (belastinginspecteur) heeft de aftrek niet geaccepteerd.
Eiseres wil de hypotheekrente aftrekken. Ofwel als alimentatie ofwel als eigenwoningschuld.
Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de echtscheidingsbeschikking dat de door eiseres betaalde hypotheekrente, voor zover deze betrekking heeft op het aan haar ex-echtgenoot toerekenbare deel van de woning, heeft gestrekt tot vergoeding voor het gebruik van de woning.
De rechtbank acht het niet aannemelijk dat de rentevergoeding tot doel had om de ex-echtgenoot te voorzien in zijn levensonderhoud. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de rentevergoeding ophield bij verkoop van de woning en dat daar niet een andere vergoeding of betalingsverplichting voor in de plaats is gekomen.
De woning is voor eiseres voor 50% aan te merken als eigen woning. 50% van de hypothecaire schuld is voor eiseres aan te merken als eigenwoningschuld. De overige 50% kan naar het oordeel van de rechtbank dus niet als eigenwoningschuld in aanmerking worden genomen, wat betekent dat de daarmee corresponderende hypotheekrente niet bij eiseres aftrekbaar is.
Bron: Rechtspraak.nl
Redactie Fintool:
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99