De vrouw heeft de man vanaf 23 december 2020 meermaals gesommeerd de lader en sleutels alsnog af te geven. De man heeft hierop niet gereageerd.
Bij e-mail van 11 mei 2021 heeft de advocaat van de man de advocaat van de vrouw verzocht het identiteitsbewijs van de vrouw toe te zenden ten behoeve van de overdracht van de woning. In reactie daarop heeft de advocaat van de vrouw laten weten dat de vrouw daar geen medewerking aan zal verlenen, zolang de fietssleutels en de lader van de fiets niet zijn ontvangen. Op 18 mei 2021 deelt de advocaat van de man mee dat de man niet over die zaken beschikt. Op 19 mei 2021 antwoordt de advocaat van de vrouw dat de man ofwel de sleutels en de lader inlevert ofwel een bedrag van € 850,00 betaalt voor nieuwe sloten en een nieuw accusysteem.
Bij e-mail van 3 juni 2021 heeft de advocaat van de vrouw aan de advocaat van de man medegedeeld dat de man er geen zorg voor heeft gedragen dat de woning aan hem is overgedragen, zodat de vrouw de gegeven volmacht zal gebruiken om tot verkoop en levering van de woning aan een derde over te gaan.
Bij e-mail van 7 juni 2021 heeft de advocaat van de man bericht dat de man inmiddels het bedrag van € 850,00 betaald heeft en is de vrouw verzocht alsnog medewerking te verlenen aan de levering van de woning. Op dezelfde dag heeft de advocaat van de vrouw geantwoord dat het allemaal ‘too little too late’ is en dat de vrouw zal vasthouden aan de verkoop aan een derde.
De man vordert alsnog medewerking van de vrouw inzake levering. De vrouw vordert de verkoop van de woning.
In reactie op de handelwijze van de man heeft de vrouw haar medewerking aan de overdracht van de woning opgeschort. Tussen partijen staat niet ter discussie dat de vrouw op grond van (een redelijke uitleg van) de vaststellingsovereenkomst verplicht is medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning aan de man, onder de voorwaarde dat de man vóór 1 juni 2021 in staat is de financiering van de overdracht te regelen en ervoor zorg te dragen dat de vrouw wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. Evenmin is in geschil dat de man tijdig aan de vrouw heeft medegedeeld dat die zaken geregeld waren, zodat alleen nog het een en ander geformaliseerd diende te worden bij de notaris, waarvoor de medewerking van de vrouw noodzakelijk is. De vrouw was daarmee verplicht de door de notaris gevraagde stukken aan te leveren, waaronder haar identiteitsbewijs.
Conform artikel 6:52 BW is voor opschorting van de nakoming van een verbintenis onder andere vereist dat tussen die verbintenis en de verbintenis van de schuldeiser voldoende samenhang bestaat om die opschorting te rechtvaardigen. Hoezeer ook, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, begrip kan bestaan voor de frustratie aan de zijde van de vrouw over de opstelling van de man, die voldoende samenhang is er naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet. Het ontbreekt zowel aan de vereiste connexiteit als aan de vereiste proportionaliteit. Het komt erop neer dat het niet meewerken aan de overdracht van de woning niet in verhouding staat tot de niet-nakoming door de man van zijn verbintenis om de fiets ter beschikking te stellen. In het midden kan blijven of aan andere voorwaarden voor opschorting is voldaan.
Dat betekent dat de vrouw ten onrechte haar verplichting tot medewerking aan de overdracht van de woning heeft opgeschort. In die situatie kan zij niet aan de man tegenwerpen dat levering van de woning niet vóór 1 juni 2021 heeft plaatsgevonden. Zij verkeerde immers zelf in schuldeisersverzuim.
De ex-vrouw dient alsnog haar medewerking te verlenen.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99