Verkoper is eigenaresse van een pand, gelegen aan de [adres] in [plaatsnaam] (hierna: het pand). In het pand wonen, kamergewijs, huurders. Verkoper heeft het pand te koop aangeboden op de website www. [.] .nl. Kopers hebben interesse getoond om het pand te kopen. De makelaar van kopers heeft onderhandeld met de makelaar van verkoper . Na de onderhandelingen hebben partijen op 3 mei 2021 afgesproken dat kopers het pand kopen voor € 590.000 en dat het pand op 1 oktober 2021 zal worden geleverd.
Hierna heeft verkoper aan kopers laten weten dat zij het witgoed in het pand ook wil verkopen voor € 3.000 en dat zij graag wil dat het pand eerder wordt geleverd. Kopers hebben toen ingestemd met eerdere levering (begin juni 2021) en gevraagd om een specificatie van het witgoed. Verkoper heeft de specificatie niet afgegeven.
Zij heeft op 27 mei 2021 laten weten dat zij van mening is dat er geen koopovereenkomst tot stand is gekomen omdat geen overeenstemming is over twee essentiële punten, namelijk het witgoed en de opleverdatum.
Volgens verkoper is geen overeenkomst tot stand gekomen omdat een schriftelijke overeenkomst vereist is. Op grond van artikel 7:2 lid 1 BW wordt de koop van een tot woning bestemde onroerende zaak, als de koper een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van beroep of bedrijf, schriftelijk aangegaan. Verkoper vindt dat kopers als natuurlijke personen moeten worden aangemerkt die niet handelen in de uitoefening van beroep of bedrijf.
De voorzieningenrechter volgt dit standpunt niet. De uitdrukking ’in de uitoefening van beroep of bedrijf’ moet ruim worden opgevat. Kopers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij leven van de huurinkomsten van hun beleggingspanden. Andere inkomsten hebben zij niet. Dit is door verkoper niet weersproken.
Ook blijkt dat kopers de woning niet hebben aangekocht om daar zelf in te wonen. Zij nemen de woning immers over met huurders erin.
Ook het feit dat kopers zeer flexibel zijn in het wijzigen van de leveringsdatum geeft aan dat zij niet handelen als particulieren die voor zichzelf een woning kopen. Op grond van deze feiten en omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat kopers hebben gehandeld in de uitoefening van beroep of bedrijf. Dit betekent dat voor de koop van het pand geen schriftelijke overeenkomst is vereist.
Het voorgaande betekent dat kopers voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat sprake is van een rechtsgeldige koopovereenkomst. Verkoper heeft duidelijk laten weten niet mee te zullen werken aan het ondertekenen van de koopovereenkomst en de levering van het pand. De voorzieningenrechter zal verkoper daarom veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis de koopovereenkomst te ondertekenen en om binnen 14 dagen na de ondertekening van de koopovereenkomst het pand te leveren.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99