Neem nu een abonnement op Fintool.nl
De betrouwbare vraagbaak voor financiële dienstverleners.
Abonneren Bekijk alle diensten
26 aug 2021 Nieuws

Bewaarplicht, wettelijk of gehele looptijd?

Een Consument stelt de hypotheekadviseur aansprakelijk voor het schenden van de zorgplicht. De consument heeft destijds (2003) op zeer conservatieve wijze zijn hypotheek ingestoken, omdat hij geen enkel risico wilde lopen met zijn woning.
  • Dagelijkse e-mail nieuwsbrief
  • Kennisbank met 1000+ artikelen
  • Rekenmodellen en downloads
  • Persoonlijk archief
  • Inclusief Permanent Actueel module!!

Stellingname Consument

Dat (conservatieve wijze) blijkt bijvoorbeeld al uit de omstandigheid dat hij een rentevastperiode voor twintig jaar heeft afgesloten. Dat betrof op dat moment de langst mogelijke periode. Hij is er daarbij niet door de adviseur op gewezen dat er mogelijke risico’s in het product verwerkt zaten en dat het garantiekapitaal alleen ‘gegarandeerd’ werd tijdens de rentevastperiode. Het garantiekapitaal is later vastgesteld op € 163.494,00 op 2 februari 2034 en wordt in de jaaroverzichten die de consument jaarlijks krijgt bevestigd. Nu blijkt dat er bij afloop van de rentevastperiode in 2024 een probleem ontstaat. Voorzienbaar is immers dat zijn hypotheek zal terugvallen naar een veel lagere marktrente. De consequentie daarvan is dat hij (i) een veel hogere premie zal moeten gaan betalen om het garantiekapitaal nog te halen, of (ii) zeer ver zal terugvallen in het garantiekapitaal. Was hij in 2004 over deze mogelijkheid geïnformeerd, dan had hij vanuit zijn behoudende aard ertoe besloten om de hypotheek niet af te sluiten.

Hybride hypotheek (spaarhypotheek)

Ter zitting is vastgesteld dat uit de (pre)contractueel verstrekte informatie kan worden afgeleid wat de werking van de verzekering is binnen de door X verkochte hypotheek. Dit betreft een product waarin de hypotheekrente die betaald en de rente die over de verzekeringspremie in de verzekering wordt vergoed aan elkaar gekoppeld zijn. Vanwege het fenomeen van samengestelde interest, waarvan de effecten groter worden naarmate de hoofdsom groter is, heeft een rentedaling grote gevolgen voor de premie-inleg die is vereist om tot dezelfde garantiewaarde te komen.

Dossiervorming

Ter zitting heeft de commissie aan adviseur gevraagd om aan te geven wat er in 2003 met de consument besproken is en aan te geven of daarvan nog gespreksverslagen voorradig zijn. In de reactie na de zitting heeft adviseur aangegeven dat de gespreksverslagen uit 2003 niet meer in zijn bezit zijn. In de aanvullende reactie heeft de adviseur gesteld dat de consument uit de productinformatie had kunnen afleiden hoe het product werkte. Adviseur heeft daarbij met name verwezen naar de in overweging 2.2 geciteerde passage uit de verstrekte productinformatie. De commissie stelt vast dat daaruit inderdaad de werking van het product had kunnen worden afgeleid door de consument.  [..]
...
In dat kader heeft adviseur geen nadere feitelijke gegevens, zoals aantekeningen uit het dossier, verstrekt. De informatie en advisering tijdens het adviestraject is niet reproduceerbaar gebleken. Naar het oordeel van de commissie heeft adviseur daarmee niet voldaan aan zijn verzwaarde motiveringsplicht – de consument zijn immers geen aanknopingspunten geboden voor zijn bewijslevering. Het verweer van adviseur dat zij op basis van de toepasselijke wettelijke bewaartermijnen niet gehouden was het dossier te bewaren, kan haar in dit verband niet baten. Het ligt immers op de weg van de adviseur adviesdossiers en gespreksverslagen, die zich in zijn domein bevinden, te bewaren voor tenminste de periode dat de hypotheek en de verzekering lopen om zodoende in kwesties als de onderhavige het leveren van bewijs van een zorgplichtschending (of de afwezigheid daarvan) te leveren. Dit heeft in dit geval tot gevolg dat niet kan worden vastgesteld of, en zo ja, op welke wijze de consument adequaat is geïnformeerd en of hij op grond van die informatie tot een weloverwogen beslissing ten aanzien van de verzekering heeft kunnen komen. Omdat de adviseur zijn verzwaarde motiveringsplicht heeft geschonden, neemt de commissie als vaststaand aan dat de consument niet over de risico’s van de verzekering is voorgelicht en dat adviseur zodoende haar zorgplicht jegens de consument heeft geschonden.

Onvoldoende gewezen op principe spaarhypotheek (rente omlaag, inleg omhoog)

De consument heeft echter gesteld dat uit de omstandigheden van het geval volgt dat op de toenmalige adviseur in dit geval een verplichting rustte de consument in niet mis te verstane bewoordingen te wijzen op het specifieke risico dat met het product verbonden is en dat zich nu aan het eind van de rentevastperiode dreigt te verwezenlijken: het risico van een (aanzienlijke) rentedaling, waardoor het eindkapitaal alleen nog te behalen is bij een aanmerkelijke verhoging van de verzekeringspremie. De consument heeft in dat verband met name aangevoerd dat hij financieel altijd op zeker heeft willen spelen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de keuze voor een rentevastperiode van twintig jaar, wat op dat moment de maximale termijn was. Was hij in 2003 op het beschreven risico gewezen, dan had de consument voor een andere hypotheekvorm gekozen.

Naar het oordeel van de commissie heeft de consument voldoende gemotiveerd gesteld dat hij vertrouwd heeft op zijn toenmalige adviseur en dat hij geen enkel financieel risico wenste te lopen. Dat dit zo is, blijkt uit het feit dat de consument de langstlopende rentevastperiode heeft gekozen. In dat geval had de adviseur de consument voldoende moeten waarschuwen dat bij wijziging van de rente na twintig jaar het zogenaamde garantiekapitaal minder zou kunnen worden. [Toevoeging Fintool: of wijzen op verhoging premie bij gedaalde hypotheekrente.]

Schadevergoeding

Anders dan de consument stelt, kan de door hem geleden schade echter niet worden begroot op de voorzienbare terugval in de garantiewaarde. De consument is er immers juridisch toe gehouden zo mogelijk zijn schade te beperken. In dit geval bestaat voor hem de mogelijkheid de in te leggen premie te verhogen om zodoende toch het garantiekapitaal te bereiken. Het premieverschil tussen de situatie voor en na de rentedaling vormt in dat geval het uitgangspunt voor de schadevergoeding, zij het dat deze vergoeding ten dele gecompenseerd moet worden door de besparing die de consument realiseert in de vorm van uiteindelijk – na de hypotheekrenteaftrek – lagere termijnbetalingen over de hypothecaire geldlening. Voor een correctie van de schadevergoeding vanwege eigen schuld van de consument acht de commissie in de gegeven omstandigheden geen ruimte.

Beslissing

De adviseur heeft diens zorgplicht geschonden. De hoogte van de schade is op dit moment nog onzeker vanwege de toekomstige renteontwikkelingen. De commissie benadrukt dat partijen er verstandig aan doen een minnelijke regeling in deze zaak te betrachten.

 

Klik hier voor de uitspraak.


Bron: Kifid

Downloads

Downloads zijn alleen beschikbaar voor abonnees. Log graag in of neem een abonnement.

Lees ook…

Consument moet principe spaarhypotheek begrijpen

De rente van de hypothecaire geldlening van de consument is - met tussenkomst van zijn financieel adviseur - verlaagd door taxatie van de woning en rentemiddeling. In de toepasselijke voorwaarden staat dat de rente die vergoed wordt over de bankspaarrekening gelijk is aan de rente die de consument is verschuldigd voor de bankspaarhypotheek.

Rubrieken

Dossiers

Opvoerdatum

26 aug 2021

Laatst gewijzigd

26 aug 2021

Adresgegevens

Fintool
Vlinderweg 2 | Unit 0.24
2623 AX Delft

Telefoon 085 - 111 89 99
Telefax 085 - 111 88 80
E-mail: info@fintool.nl

Fintool bv © 2003/2021. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.