MijnFintool

Nieuws

Rentewijzigingsbedingen in kredietovereenkomsten

De rechter heeft een uitspraak gedaan over de vraag of wel doorgevoerde rentewijziging (stijging) en niet doorgevoerde rentedaling (overeenkomstig kapitaalmarktrente) terecht is en of de voorwaarden van de geldlening als oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten worden aangemerkt.

Eisers baseren hun vordering op de stelling dat de rentewijzigingsbedingen in AV I niet transparant zijn. Artikel 5, eerste volzin, Richtlijn 93/13/EEG bepaalt, samengevat, dat op een overeenkomst met een consument van toepassing verklaarde algemene voorwaarden duidelijk en begrijpelijk moeten zijn geformuleerd (het transparantievereiste). Zie ook artikel 6:238 lid 2, eerste volzin, BW. De betekenis hiervan, onder meer voor de oneerlijkheidstoets, is in de rechtspraak inmiddels meermaals aan de orde gekomen.

Beslissend is of de bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd voor een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende consument. Daarbij gaat het niet alleen om de vraag of de bedingen woordelijk duidelijk zijn, maar (vooral) of de consument daardoor inzicht krijgt in de concrete werking van het mechanisme waarop het desbetreffende beding – in samenhang met andere bedingen – betrekking heeft. Het gaat erom dat de consument op basis van duidelijke en begrijpelijke criteria de economische gevolgen die voor hem uit de overeenkomst voortvloeien, kan inschatten. Voor wijzigingsbedingen geldt dat van bijzonder belang is of het beding de redenen voor en de wijze van wijziging specificeert. Voldoet een beding niet aan het transparantievereiste, dan is dat een omstandigheid die moet meewegen bij de beoordeling van de oneerlijkheid van een beding.

Rentewijzigingsbeding

Met eisers is de rechtbank van oordeel dat het rentewijzigingsbeding in AV I niet voldoet aan het transparantievereiste. Uit het beding volgt, voor zover van belang, immers slechts dat X maandelijks een kredietvergoeding in rekening zal brengen op basis van de ‘dan bij X voor doorlopend krediet geldende tarieven’. Een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende consument kan hieruit niet afleiden welke economische gevolgen het beding heeft. De consument is bekend met de uitdrukkelijk overeengekomen rente (de ‘aanvangsrente’), maar kan uit rentewijzigingsbeding niet afleiden of en zo ja, in welke situaties, om welke redenen, en aan de hand waarvan die rente zal worden gewijzigd. Het beding geeft X in wezen vrijbrief de rente naar believen (al dan niet) aan te passen zonder enige voorspelbaarheid van de economische gevolgen daarvan, kennelijk met slechts die beperking dat de rente moet stroken met ‘dan bij X voor doorlopend krediet geldende tarieven’.

Oversluiten hypotheek

X heeft aangevoerd dat van belang is dat eisers te allen tijde bevoegd zijn de overeenkomst op te zeggen en om ‘over te stappen’. Zij heeft in dit verband gewezen op punt 2 van de eerder genoemde bijlage bij de richtlijn 93/13/EEG, waarin onder b (vrij vertaald) is vermeld dat de gevolgen van een rentewijzigingsbeding kunnen worden gecompenseerd door een beding dat de verkoper verplicht de wijziging zo spoedig mogelijk ter kennis te brengen van de wederpartij en deze vrij is de overeenkomst onmiddellijk op te zeggen. X heeft niet gesteld dat eisers deze mogelijkheid in de overeenkomst (dan wel de algemene voorwaarden) is geboden. Maar ook als dit wel het geval is, is het volgens het Hof van Justitie ‘van fundamenteel belang’ ‘dat de mogelijkheid voor de consument om de overeenkomst op te zeggen, niet slechts een formeel opzeggingsrecht is, maar ook daadwerkelijk kan worden benut’, waarbij onder andere de door de consument te maken kosten van belang zijn. Tegen deze achtergrond heeft X te weinig aangevoerd over het realiteitsgehalte van de overstapmogelijkheid. De enkele stelling van X dat eisers ‘geheel boetevrij’ konden aflossen, is onvoldoende. Daaruit volgt immers nog niet dat er geen belemmerende (andere) kosten zijn. Voor wat betreft het aan [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] verstrekte krediet valt – zoals zij ook hebben aangevoerd – bovendien juist wel te verwachten dat ‘overstappen’ gepaard gaat met belemmerende kosten, nu dat krediet met een hypotheekrecht gezekerd is.

Alles afwegende komt de rechtbank tot de conclusie dat het rentewijzigingsbeding in AV I onredelijk bezwarend is.

Variabele rente

Allereerst hebben eisers gesteld dat zij ervan uitgingen en mochten gaan dat zij een variabele rente zouden betalen. Dat strookt naar het oordeel van de rechtbank met het woord ‘variabele kredietvergoeding’ in de tweede volzin van het rentewijzigingsbeding en met de correspondentie tussen partijen waarin wordt gesproken over een variabele rente. Eisers hebben ook aangevoerd dat zij meenden en mochten menen dat de rente afhankelijk zou zijn van een rente-index. Dat strookt naar het oordeel van de rechtbank met de frase ‘de rentestand op de geld- en kapitaalmarkt’, die in het beding is opgenomen.

Anders dan X meent, kan aan eisers niet worden tegengeworpen dat het beding ook melding maakt van ‘economische factoren’. X heeft in deze procedure aangegeven wat daaronder moet worden verstaan. Volgens haar gaat het om onder andere het risicoprofiel van de klant, liquiditeitsopslagen, kapitaaleisen, concurrentieoverwegingen en de winstmarge. Niet is gesteld of gebleken dat eisers dit is verteld toen de algemene voorwaarden van toepassing werden verklaard. Al helemaal is niet gesteld of gebleken dat aan hen duidelijk is gemaakt wat de concrete implicaties daarvan zouden zijn. Een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende consument kan dat alles niet uit het beding afleiden. (De rechtbank overigens evenmin.) De onduidelijkheid van het element ‘economische factoren’ moet daarom voor rekening van X blijven, zodat dit element buiten beschouwing wordt gelaten. Overigens zijn, naar de rechtbank begrijpt, de daarop betrekking hebbende kostenposten wel – naar de stand van zaken bij het sluiten van de overeenkomst – verdisconteerd in de hiervoor genoemde (constante) opslag. In zoverre miskent de door eisers verdedigde renteberekening dus niet dat de rente uit meer componenten dan een rente-index bestaat. Veranderingen in die ‘overige componenten’ kunnen echter niet ten laste van eisers komen.

Herberekening en terugbetalen

Voor de tussenliggende periodes moet worden nagegaan of de rente voor eisers in gunstige zin zou zijn gewijzigd (dus: verlaagd) ten opzichte van de laatste aanvangsrente, als wordt uitgegaan van ‘driemaands Euribor’. Daartoe moet, bij wijze van berekening, de aanvangsrente worden verminderd met het op het moment van vaststelling daarvan gepubliceerde tarief van ‘driemaands Euribor’. Daaruit resulteert de opslag, die constant is. Op basis van de op die manier berekende constante opslag moet – conform de algemene voorwaarden op dagelijkse basis – het renteverloop worden vastgesteld door bij de opslag het gepubliceerde tarief van ‘driemaands Euribor’ voor elke dag op te tellen. Daarbij wordt conform de algemene voorwaarden het aantal dagen per jaar op 360 gesteld en het aantal dagen in een volledige maand op 30.

X moet deze berekening maken

X moet aan eisers betalen wat op grond van deze berekening aan hen toekomt.


Bron: Rechtspraak.nl

Modules & dossiers

Opvoerdatum

30 aug 2021

Laatst gewijzigd

30 aug 2021

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1