MijnFintool

Nieuws

Dwaling geldverstrekker

Een geldverstrekker heeft de Hypotheekovereenkomst op grond van dwaling vernietigd. Eiseres vordert in kort geding alsnog nakoming van de hypotheekovereenkomst.

Bij beschikking van 4 februari 2021 (hierna: de Beschikking) heeft deze rechtbank, voor zover hier van belang, bepaald dat [naam partner] met ingang van 11 september 2018 € 21.048,00 per maand aan partneralimentatie aan [eiseres] moet betalen en dat de woning aan [eiseres] wordt toegedeeld, onder de verplichting de hypotheek van € 1.100.000,00 over te nemen, [naam partner] uit de hoofdelijkheid daarvan te doen ontslaan en aan hem € 862.500,00, zijnde de helft van de overwaarde op de peildatum, te voldoen.

Verder is in de beschikking bepaald dat voor het geval toedeling van de woning aan [eiseres] niet binnen zes maanden na 4 februari 2021 is gerealiseerd de woning via een makelaar zal worden verkocht en de overwaarde dan wel restschuld tussen [eiseres] en [naam partner] wordt gedeeld.

Op de laatste pagina van de Beschikking staat vermeld dat daartegen binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep kan worden ingesteld.

Hoger beroep

Bij beroepschrift van 29 april 2021 heeft [naam partner] hoger beroep ingesteld tegen de Beschikking. Het hoger beroep richt zich, voor zover hier van belang, tegen de vaststelling van de partneralimentatie. Tegen de toedeling van de woning aan [eiseres] heeft [naam partner] geen hoger beroep ingesteld. [eiseres] is op 29 april 2021 door haar advocaat die de echtscheidingsprocedure behandelt op de hoogte gebracht van het hoger beroep.

Hypotheekadviesgesprek

[eiseres] heeft op 4 mei 2021 met financieel adviseur [naam 3] (hierna: [naam 3] ) van geldverstrekker R. (online) gesproken over de mogelijkheden van het verkrijgen van een financiering voor de woning.

Bindende offerte

Op 11 juni 2021 heeft Rabobank aan [eiseres] een bindende offerte aangeboden voor een hypothecaire geldlening (hierna: de Hypotheekovereenkomst) voor een bedrag van € 1.967.740,00, die [eiseres] op 21 juni 2021 heeft ondertekend. Op de Hypotheekovereenkomst zijn de Algemene Bankvoorwaarden en de Plusvoorwaarden van toepassing.

Notaris

Bij e-mail van 26 juli 2021 heeft de passerend notaris de geldverstrekker R., voor zover van belang, als volgt bericht:

“(…) Nu is het zo dat met betrekking tot de echtscheiding van mevrouw [eiseres] een beschikking is uitgesproken door Rechtbank Amsterdam, waarbij is bepaald onder welke voorwaarden deze toedeling aan mevrouw [eiseres] plaatsvindt. Deze beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en zodoende kunnen wij deze gebruiken om de akte van verdeling te passeren. (…) De beschikking treft u in de bijlage van deze mail.

De heer [naam partner] is in hoger beroep gegaan tegen deze beschikking. De beschikking die ten grondslag ligt aan de verdeling is dus nog niet definitief. Hierbij bestaat de kans dat de beschikking wordt teruggedraaid en de woning zou moeten worden teruggeleverd aan de heer [naam partner] . Mijn vraag aan u is of de geldverstrekker R. toestemming geeft voor het passeren van de akte met inachtneming van het bovenstaande. (…)”.

Intrekken hypotheekofferte

[naam 3] heeft op 27 juli 2021 gebeld met [eiseres] . In dit gesprek heeft [naam 3] aan [eiseres] meegedeeld dat geldverstrekker R. de hypotheek intrekt, en dat geldverstrekker R. niet zal meewerken aan het passeren van de hypotheekakte.

Feiten

Vast staat dat [eiseres] en [naam 3] voorafgaand aan de totstandkoming van de Hypotheekovereenkomsten op 4 en 19 mei 2021 (online) met elkaar hebben gesproken. [eiseres] wist tijdens deze gesprekken dat [naam partner] hoger beroep had ingesteld tegen de in de Beschikking toegewezen partneralimentatie. [eiseres] en [naam 3] verschillen van mening over wat er tussen hen is besproken. Volgens [eiseres] heeft zij [naam 3] verteld dat [naam partner] hoger beroep had ingesteld tegen de in de Beschikking toegewezen partneralimentatie van € 21.048,00 per maand. Volgens [naam 3] heeft [eiseres] wel gezegd dat er nog rechtszaken liepen, maar zij heeft niet begrepen dat die zagen op iets anders dan de pensioenverdeling tussen [eiseres] en [naam partner] . Verder staat vast dat [eiseres] het beroepschrift van [naam partner] pas met geldverstrekker R. heeft gedeeld, nadat geldverstrekker R. daarom had gevraagd naar aanleiding van de e-mail van 26 juli 2021 van de notaris.

Beroep op dwaling

Geldverstrekker R. doet een beroep op dwaling wegens schending van de mededelingsplicht door [eiseres] . Op grond van artikel 6:228 lid 1 onder b Burgerlijk Wetboek (BW) is een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten vernietigbaar indien de wederpartij in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten. Een (rechts)persoon die overweegt een overeenkomst aan te gaan, is tegenover zijn wederpartij gehouden, om binnen redelijke grenzen, maatregelen te nemen teneinde te voorkomen dat die wederpartij onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken die overeenkomst sluit. Het enkele feit dat een partij een onderzoeksplicht naar bepaalde relevante gegevens verzaakt, sluit een succesvol beroep op schending van de mededelingsplicht niet uit. Volgens vaste rechtspraak gaat de mededelingsplicht boven de onderzoeksplicht, om ook een onvoorzichtige partij bescherming te bieden.

Terecht beroep dwaling

Nu, zoals gezegd, voor geldverstrekker R. bij het bepalen van de hoogte van de hypotheek het inkomen van [eiseres] essentieel is, is aannemelijk dat geldverstrekker R., indien bekend met het hoger beroep, de Hypotheekovereenkomst niet dan wel op andere voorwaarden zou hebben gesloten.
De gevraagde voorzieningen worden geweigerd, nu voorshands aannemelijk is dat geldverstrekker R. gedwaald heeft bij het aangaan van de Hypotheekovereenkomst.

Niet ontvankelijk

[eiseres] heeft nog aangevoerd dat [naam partner] waarschijnlijk niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn hoger beroep tegen de Beschikking, omdat hij die niet heeft ingeschreven in het rechtsmiddelenregister. Voor zover [eiseres] heeft bedoeld te stellen dat geldverstrekker R. derhalve geen nadeel ondervindt van het niet bekend zijn met het hoger beroep gaat die stelling niet op, omdat nadeel geen vereiste is bij dwaling. Bovendien heeft geldverstrekker R. er terecht op gewezen dat de verdeling van de woning en de partneralimentatie niet onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden en een niet-ontvankelijkheid zich alleen uitstrekt tot de grieven of klachten die zich richten tegen oordelen die betrekking hebben op het gedeelte van de uitspraak dat blijkens het dictum in de plaats treedt van (een deel van) de tot levering bestemde akte en daarmee onlosmakelijk verbonden oordelen.

Beslissing

Een succesvol beroep op dwaling brengt mee dat de Hypotheekovereenkomst is vernietigd.


Bron: Rechtspraak.nl

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1