Het gemeentelijk schuldhulpverleningstraject en de Wsnp zijn vooral bedoeld om te voorkomen dat schuldenaren met problematische schulden in een uitzichtloze schuldensituatie terechtkomen. De regelingen worden daar nu niet ten volle voor benut. Een aantal voorwaarden om van een gemeentelijk schuldhulpverleningstraject te kunnen doorstromen naar de Wsnp blijkt in de praktijk te streng.
Daarom worden de volgende aanpassingen doorgevoerd in de voorwaarden waaronder een schuldenaar kan worden toegelaten tot de Wsnp:
- Nu geldt ingevolge artikel 288, eerste lid, onderdeel b, Fw dat een schuldenaar in de vijf jaar voorafgaand aan de indiening van zijn toelatingsverzoek te goeder trouw moet zijn geweest ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden (‘goede trouw-toets’). De termijn van deze ‘goede trouw-toets’ wordt teruggebracht naar drie jaar.
- Ook geldt op basis van artikel 288, tweede lid, onderdeel d, Fw dat een toelatingsverzoek van een schuldenaar automatisch wordt afgewezen als hij in de voorgaande tien jaar al eens eerder tot de Wsnp is toegelaten. Er wordt in een nieuw vierde lid een uitzondering geïntroduceerd op deze bepaling, zodat de rechter in schrijnende gevallen toch de mogelijkheid krijgt om een schuldenaar toe te laten.
Deze maatregelen leiden ertoe dat schuldenaren voor wie de Wsnp is bedoeld, niet onnodig in een gemeentelijk schuldhulpverleningstraject blijven hangen of zonder oplossing uit een dergelijk traject verdwijnen, maar als zij daaraan toe zijn, sneller doorstromen naar de Wsnp. Daarbij blijft het doel van de criteria overeind; een schuldenaar die zich niet aan de uit een Wsnp-traject voorvloeiende verplichtingen (d.w.z. inspanningsplicht, informatieplicht, geen nieuwe schulden maken, aan de boedel afdragen) kan of wil houden of waarvoor uit eerdere ervaringen blijkt dat een Wsnp-traject geen blijvende schuldoplossing kan bieden, krijgt nog steeds geen toegang tot de Wsnp.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99