De kantonrechter heeft [X] senior (VADER) veroordeeld tot betaling aan [geïntimeerde] junior (ZOON) van € 6.054,60 (zijnde de huurpenningen van oktober 2018 tot en met september 2019).
De vader is in hoger beroep gegaan. Partijen zijn verdeeld over de vraag of het recht van gebruik en bewoning van Vader is gegrond op een huurovereenkomst.
Het staat vast dat Vader en zijn echtgenote in 2013 hadden besloten om in het kader van een fiscaal gunstige vermogensoverheveling diverse schenkingen te doen aan hun kinderen en kleinkinderen. In die context hebben zij meerdere schenkingen verricht, waaronder de schenking van de woning aan zoon en [A] . Zoon heeft niet bestreden dat deze schenking heeft plaatsgevonden onder het voorbehoud van het recht van gebruik en bewoning. Hierin ligt dus de titel van dat recht op gebruik en bewoning besloten. Zoals Vader terecht heeft betoogd kan de woning dan ook niet door Zoon en [A] ter beschikking zijn gesteld in het kader van een huurovereenkomst. Uit de enkele omschrijving bij de maandelijkse betalingen ‘huur [adres] ’ kan niet worden opgemaakt dat die betalingen door Vader waren bedoeld als tegenprestatie voor het huren van de woning.
Juist het feit dat Vader al enige jaren bezig was om op fiscaal gunstige wijze schenkingen te verrichten wijst erop dat ook die maandelijkse betalingen bedoeld waren als schenking en onverschuldigd waren. Ook uit de toelichtingen ter zitting is gebleken dat het de bedoeling van zowel Vader als Zoon was dat Vader om belastingtechnische redenen gedurende zijn leven geld schenkt.
Evenmin is doorslaggevend dat het polisblad van de opstalverzekering van de woning vermeldt dat de woning in verhuurde staat is. Vader heeft hier bovendien tegenover gesteld dat uit navraag bij de verzekeraar gebleken is dat er bij het verzekeren van de woning naast de opties ‘eigen bewoning’, ‘leegstand’, geen andere optie overbleef dan ‘verhuur’.
Nu er geen grondslag is voor toewijzing van de vordering tot betaling van huurpenningen kunnen de grieven van Zoon, die zijn gericht tegen het gedeeltelijk afwijzen van zijn vordering tot betaling van huurpenningen, niet slagen.
De zoon wordt in het ongelijk gesteld.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99