De aanpassing strekt tot implementatie van de artikelen 30 tot en met 34 van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen. Een aantal onderdelen van deze artikelen is of wordt in de Wet op het financieel toezicht (Wft) of het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (BGfo) opgenomen en derhalve niet in deze regeling.
Met de implementatie van (een deel van) de beloningsregels uit de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen wordt de regeling een gezamenlijke regeling van De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) (gezamenlijk: de toezichthouders).
De richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen kent geen overgangsrecht. Dat betekent dat vanaf het moment van inwerkingtreding van de Implementatiewet prudentieel toezicht beleggingsondernemingen en daarmee ook de inwerkingtreding van de Rbb 2021 de beloningsregels in deze regeling van toepassing worden. Als voorbeeld, op een prestatiebonus die in het voorjaar van 2022 wordt toegekend over het prestatiejaar 2021, zijn de regels uit de Rbb 2021 van toepassing. Dat de Richtsnoeren betreffende een beheerst beloningsbeleid voor beleggingsondernemingen van toepassing worden op 31 december 2021, laat onverlet dat de regels uit de Rbb 2021 van toepassing worden op het moment dat de Rbb 2021 in werking treedt.
De regeling treedt in werking op het tijdstip dat de Implementatiewet richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen in werking treedt.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99