De voornaamste aanvullingen op de beleidsregel betreffen een nadere invulling van de definitie van overheden zoals relevant voor het depositogarantiestelsel, de toevoeging van een bijzondere omgang met lijfrenterekeningen en stamrechtspaarrekeningen in een uitkeringssituatie en een aanpassing van de terminologie die wordt gehanteerd voor de rangorde van in aanmerking komende deposito’s.
Aan Hoofdstuk 3, Uitvoering, wordt het volgende artikel toegevoegd:
Artikel 3.7
Lijfrenterekeningen en stamrechtspaarrekeningen kennen een bijzondere fiscale behandeling binnen de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de loonbelasting 1964. Het faillissement van de bank waar dergelijke rekeningen worden aangehouden dwingt tot uitkering van het opgebouwde kapitaal en brengt voor depositohouders het risico mee dat de fiscale voordelen van dergelijke rekeningen worden doorbroken.
Om deze reden introduceert artikel 3.7 een bijzondere behandeling van lijfrenterekeningen en stamrechtspaarrekeningen bij de uitvoering van het depositogarantiestelsel. Hoewel de DGS-richtlijn voorschrijft dat ook deze deposito’s binnen de wettelijke termijn van 10 werkdagen (7 werkdagen vanaf 2024) beschikbaar moeten worden gesteld aan de depositohouder, moet het uitgangspunt zijn dat ongewenste fiscale consequenties voorkomen worden. Daarbij speelt dat een depositohouder van deze fiscale consequenties mogelijk niet op de hoogte is. Om het belang van de depositohouder te beschermen bouwt DNB daarom een extra zorgvuldigheid in binnen het uitkeringsproces.
Het eerste lid regelt dat DNB de vergoeding over lijfrenterekeningen en stamrechtspaarrekeningen niet automatisch beschikbaar stelt op de website van het depositogarantiestelsel. Dit voorkomt het risico dat een depositohouder de vergoeding laat uitkeren zonder zich bewust te zijn van de mogelijke fiscale consequenties.
Het tweede lid regelt dat DNB de depositohouder wijst op de mogelijke fiscale consequenties van het direct ontvangen van een vergoeding. De depositohouder behoudt het recht om de vergoeding te ontvangen en uit te laten keren op een bankrekening naar keuze.
Het derde lid legt vast dat DNB in het kader van de uitvoering van het depositogarantiestelsel bereid is om bij het beschikbaar stellen van de vergoeding mee te werken aan een uitkeringsoplossing die fiscaal geruisloos is. Gedacht kan worden aan een oplossing die aansluit bij het Protocol Stroomlijning Kapitaaloverdrachten (PSK) zoals opgesteld door de Nederlandse Vereniging van Banken en het Verbond van Verzekeraars. DNB kan niet op voorhand zekerheid geven dat deze optie beschikbaar is. Het kunnen aanbieden van deze oplossing is mede afhankelijk van de bereidheid van banken om dit te ondersteunen op het specifieke moment van uitvoering van het depositogarantiestelsel. Daarnaast spelen mogelijke technische uitdagingen om de fiscale neutraliteit te waarborgen. De toevoeging van artikel 3.7 aan de Beleidsregel Reikwijdte en Uitvoering Depositogarantiestelsel creëert in ieder geval een basis om een dergelijke oplossing mogelijk te maken.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99