De bank heeft per 1 maart 2021 de risico-opslag gewijzigd (verlaagd) vanwege de (hogere) marktwaarde van de woning in verhouding tot de hoogte van de hypothecaire geldlening.
De consument klaagt erover dat de bank de risico-opslag niet (met terugwerkende kracht) per 1 januari 2021 heeft gewijzigd. De hoogte van de rente die de bank in de periode van 1 januari 2021 tot 1 maart 2021 in rekening heeft gebracht, was gebaseerd op een risico inschatting gebaseerd op een lagere waarde van de woning dat de werkelijke waarde op dat moment. Dit was op 1 januari 2021 nog niet bekend, maar wel was bekend dat in februari 2021 een nieuwe WOZ-waarde per 1 januari 2021 zou worden vastgesteld. Ook andere instanties (belastingdienst, gemeente, waterschap) hanteren de WOZ-waarde met terugwerkende kracht per 1 januari 2021 en niet vanaf het moment van de berichtgeving. Het is algemeen bekend dat de WOZ-waarde altijd per 1 januari ingaat, maar pas eind februari of begin maart bekend wordt.
De consument acht de bank gehouden het rentepercentage met terugwerkende kracht per 1 januari 2021 aan te passen. De schade die de consument daardoor heeft geleden bedraagt € 28,-.
De commissie is van oordeel dat de bank niet gehouden is om de risico-opslag met terugwerkende kracht aan te passen. Niet de datum waarop het risico is gewijzigd, is bepalend voor het aanpassen van de overeengekomen rente maar het moment waarop de consument de bank over de gewijzigde woningwaarde informeert.
De commissie wijst de vordering af.
Lees hier de volledige uitspraak.
Bron: Kifid
Fintool: Voor de adviespraktijk kan het wel relevant zijn consumenten (jaarlijks?) te informeren omtrent het doorgeven van een gunstigere WOZ-waarde en mogelijke aanpassing van de rente opslag (behoudens NHG hypotheken)
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99