De verordening stelt onder meer eisen omtrent een doeltreffende en prudente bedrijfsvoering, zorgvuldige dienstverlening, behandeling van klachten, mitigeren van belangenconflicten, prudentiële waarborgen, informatievoorziening aan cliënten en beleggersbescherming in de vorm van onder andere een kennis- en ervaringstoets en een bedenktijd. Verder voorziet de verordening in de mogelijkheid van het aanbieden van een prikbord door de crowdfundingdienstverlener. Op het prikbord kunnen geïnteresseerden koop- en verkoopintenties weergeven van leningdelen of effecten die in eerste instantie via het door de crowdfundingdienstverlener geëxploiteerde of beheerde crowdfundingplatform zijn aangeboden. Hierbij matcht de crowdfundingdienstverlener deze intenties niet, het zijn de kopers en verkopers zelf die elkaar via het prikbord vinden.
Voor het verlenen van crowdfundingdiensten is een vergunning op grond van artikel 12 van de verordening vereist. Een vergunning wordt verleend door de nationale bevoegde autoriteit die ook doorlopend toezicht houdt op de crowdfundingdienstverlener. Voor Nederland wordt in dit besluit de Autoriteit Financiële Markten (AFM) aangewezen als bevoegde autoriteit voor alle artikelen met uitzondering van artikel 11. Laatgenoemd artikel betreft de prudentiële vereisten die voor crowdfundingdienstverleners gelden. Ten aanzien van deze vereisten wordt De Nederlandsche Bank (DNB) aangewezen als bevoegde autoriteit.
De richtlijn wijzigt de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014, waardoor crowdfundingdienstverleners worden uitgezonderd van de reikwijdte van die richtlijn. Deze uitzondering is nodig om te voorkomen dat crowdfundingdienstverleners naast een vergunning uit hoofde van de verordening ook nog steeds een vergunning uit hoofde van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 nodig zouden hebben. Crowdfundingdiensten zijn, voor zover de financiering is vormgegeven als effect, in de verordening gedefinieerd als het verlenen van de beleggingsdiensten «het ontvangen en doorgeven van orders met betrekking tot een of meer financiële instrumenten» en «het plaatsen van financiële instrumenten zonder plaatsingsgarantie». Met andere woorden: met het verlenen van crowdfundingdiensten ten aanzien van effecten verleent de crowdfundingdienstverlener automatisch ook beleggingsdiensten. Op grond van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 is het niet toegestaan zonder vergunning beleggingsdiensten te verlenen. Indien crowdfundingdienstverleners niet van de reikwijdte van de richtlijn markten voor financiële instrumenten zouden zijn uitgezonderd, zouden zij, ongeacht het beschikken over een vergunning uit hoofde van de verordening, geen crowdfundingdiensten ten aanzien van effecten kunnen verlenen zonder ook over een vergunning uit hoofde van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 te beschikken. Een dubbele vergunningsplicht voor het verlenen van crowdfundingdiensten, met bijbehorend dubbel toezicht is uiteraard niet wenselijk.
Voor beleggingsondernemingen die bevoegd zijn om voornoemde beleggingsdiensten te verlenen, geldt dat zij een separate vergunning onder de verordening aan moeten vragen indien zij crowfundingdiensten willen aanbieden. Voor partijen die thans crowdfundingdiensten aanbieden onder een vergunning uit hoofde van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 en daarmee door willen blijven gaan, geldt dat zij bij de aanvraag voor een vergunning uit hoofde van de verordening informatie die reeds bij de toezichthouder aanwezig en nog steeds relevant is niet opnieuw hoeven in te dienen.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99