MijnFintool

Nieuws

Zorgplicht adviseur bij dreigend faillissement verzekeraar?

De consument heeft op advies van de tussenpersoon twee garantieverzekeringen afgesloten bij C. Hij is van oordeel dat de tussenpersoon in de aanloop naar het faillissement van C. contact met hem had moeten opnemen om te bezien of maatregelen moesten worden getroffen om de belangen van de consument veilig te stellen.

De consument heeft vier momenten genoemd waarop de tussenpersoon contact met hem had moeten opnemen om te bezien of er maatregelen getroffen moesten worden. De consument stelt dat de tussenpersoon in de aanloop naar het faillissement van C., aan de hand van deze gebeurtenissen had kunnen vermoeden dat C. zich in een moeilijke financiële positie bevond. Het gaat om:

  • Het moment dat in 2015 bekend werd dat geen nieuwe verzekeringen meer bij C. konden worden afgesloten. C. heeft de tussenpersonen hierover geïnformeerd;
  • Het moment dat in 2017 bekend werd dat C. voor € 1,- was verkocht aan een Amerikaanse investeringsmaatschappij;
  • Het moment dat in 2019 het vangnet voor verzekeraars werd afgeschaft; en
  • Het moment in de zomer van 2020, toen bleek dat de solvabiliteit van C. nog steeds niet op orde was en toen ook de Stichting Polishouders C. alle assurantieadviseurs heeft aangeschreven met het verzoek de polishouders van C. te informeren.

Zorgplicht

Nog afgezien van de vraag of op de assurantietussenpersoon in het algemeen de (wettelijke) verplichting rust om in geval van een dreigend faillissement van een verzekeraar contact op te nemen met zijn klanten, is de commissie van oordeel dat de op de assurantietussenpersoon rustende zorgplicht in ieder geval niet zo ver strekt dat deze op de genoemde vier momenten met de consument contact had moeten opnemen om te bezien of maatregelen moesten worden getroffen om de belangen van de consument veilig te stellen. Op deze momenten, afzonderlijk en in onderlinge samenhang bezien, was het voor de tussenpersoon niet voorzienbaar dat C. failliet zou gaan. Daarbij geldt dat de vraag of de tussenpersoon contact met de consument had moeten opnemen niet mag worden beoordeeld in het licht van kennis die achteraf is verkregen.

(..)

De commissie voegt aan dit oordeel nog toe dat het nog maar de vraag is of er maatregelen getroffen hadden kunnen worden die de consument in een betere vermogenspositie hadden gebracht. Afkoop van de beide verzekeringen kan gelet op de toepasselijke voorwaarden en gelet op de omstandigheid dat één van beide verzekeringen een lijfrenteverzekering is, voor de consument ongunstig zijn.

Lees hier de volledige uitspraak.


Bron: Kifid

Modules & dossiers

Opvoerdatum

03 nov 2021

Laatst gewijzigd

03 nov 2021

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1