Kopers beroepen zich op een tekortkoming van verkopers in de voor hen uit de koopovereenkomst voortvloeiende verplichtingen. De vraag of van een dergelijke tekortkoming sprake is kan echter in het midden blijven. [gedaagde sub 1] c.s. hebben zich er namelijk terecht op beroepen dat er geen sprake is van verzuim aan hun zijde, wat voor het ontstaan van een verplichting tot schadevergoeding wel noodzakelijk is.
Verzuim treedt op grond van het bepaalde in artikel 6:82 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) in, wanneer de schuldenaar in gebreke wordt gesteld bij een schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld, en nakoming binnen deze termijn uitblijft.
Kopers hebben niet een dergelijke aanmaning aan verkopers gestuurd. Er doet zich ook niet één van de in artikel 6:83 BW genoemde situaties voor, waarin het verzuim zonder ingebrekestelling intreedt. Het beroep dat kopers in dit verband doen op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid slaagt niet. Dat het enige tijd heeft geduurd voordat verkopers inhoudelijk hebben gereageerd op de gestelde gebreken aan het dak maakt niet dat daardoor bij kopers het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat verkopers zich niet meer op het ontbreken van verzuim zouden beroepen.
Dit alles betekent dat verkopers niet in verzuim zijn, en op grond van het bepaalde in artikel 6:74 lid 2 BW dus ook niet schadeplichtig zijn. Om die reden zullen de vorderingen van kopers worden afgewezen.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99