De inspecteur corrigeert de aftrek van hypotheekrente, boeterente en advieskosten bij belanghebbende naar 50%. De rechtbank acht de correctie van de boeterente onterecht.
Belanghebbende en zijn ex-partner hebben een echtscheidingsconvenant gesloten op 8 maart 2016. In het echtscheidingsconvenant is – voor zover relevant – het volgende opgenomen:
...
4.4.a. Deze toedeling van de woning vindt plaats onder de opschortende voorwaarde dat de hypotheeknemer de vrouw ontslaat uit de hoofdelijkheid van de verplichtingen met betrekking tot de hypothecaire geldleningen.
(…)
Op 13 mei 2016 is er een verzoek tot echtscheiding ingediend door belanghebbende en expartner. De echtscheiding is op 10 juni 2016 uitgesproken.
In de akte van verdeling van 10 oktober 2016 is bepaald dat vanaf de overnamedatum van 10 oktober 2016 de woning geheel aan belanghebbende toekomt als ook de bijbehorende hypotheekschulden bij [bank 1]. De minuut van de akte vermeldt dat de akte van verdeling gepasseerd is om 8 uur en 35 minuten.
Belanghebbende heeft de hypothecaire geldleningen van [bank 1] geherfinancierd bij [bank 2]. Het gaat om annuïtaire geldleningen voor een totaalbedrag van € 157.416 en om een aflossingsvrije lening voor een bedrag van € 125.000. De betreffende hypotheekakte is op 10 oktober 2016 gepasseerd om 8 uur en 45 minuten. Met betrekking tot deze geldleningen is in 2016 in totaal een bedrag van € 1.698 aan rente betaald.
De correctie van het bedrag aan negatieve inkomsten uit eigen woning is op het volgende gebaseerd:
...
- de aftrekbare boeterente is verminderd naar € 17.309, omdat belanghebbende volgens de inspecteur recht heeft op enkel 50% aftrek van deze rente;
...
Aangezien niet in geschil is dat de ex-partner niet om fiscaal partnerschap voor het gehele jaar verzocht heeft, eindigt het fiscaal partnerschap op 1 juni 2016.
Tussen partijen is niet in geschil dat belanghebbende en zijn ex-partner juridisch ieder voor de helft eigenaar waren van de woning tot het moment van passeren van de akte van verdeling op 10 oktober 2016. Vanaf dat moment is belanghebbende de enige juridisch eigenaar van de woning.
Belanghebbende stelt dat op 8 maart 2016 dan wel op 1 juni 2016 het volledige economische eigendom van de woning op belanghebbende is overgegaan, waardoor hem als enige de aftrek van de rente van de leningen bij [bank 1] aangaat. Hij stelt verder dat de rente volledig op hem heeft gedrukt.
De rechtbank verwerpt dit betoog. Naar het oordeel van de rechtbank is het economische eigendom in de zin van artikel 3.111, eerste lid, onderdeel a van de Wet IB 2001 niet volledig naar belanghebbende overgegaan per 8 maart 2016 dan wel 1 juni 2016. Uit de afspraken zoals vastgelegd in het echtscheidingsconvenant (zie 2.2) volgt namelijk dat de woning aan belanghebbende wordt toebedeeld onder de opschortende voorwaarde dat de ex-partner ontslagen wordt uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschulden bij [bank 1]. Niet aannemelijk is dat deze opschortende voorwaarde voor 10 oktober 2016 is vervuld aangezien daar geen informatie over is aangedragen. Daarmee is niet aannemelijk gemaakt dat de man de economische eigendom eerder heeft verkregen dan 10 oktober 2016.
Daarnaast volgt uit het echtscheidingsconvenant dat de kosten ten aanzien van de woning uit beider inkomens dienden te worden betaald tot de ingangsdatum van de partneralimentatie. Dit brengt met zich mee dat de kosten tot ingang van die datum ook op de ex-partner drukken en derhalve verhaald hadden kunnen worden. Dat belanghebbende stelt dat hij wel alle kosten betaald heeft, doet daar niets aan af nu de ingangsdatum van de partneralimentatie niet is gesteld of gebleken. Hij had deze kosten op basis van het echtscheidingsconvenant (deels) kunnen verhalen op zijn ex-partner. De aftrekbaarheid van de rente van de leningen bij [bank 1] is dan ook terecht gecorrigeerd.
Ook ten aanzien van de boeterente stelt belanghebbende dat hij recht heeft op aftrek van het volledige bedrag in plaats van de helft, omdat hij het volledige bedrag heeft betaald. De inspecteur is van mening dat de boeterente maar voor de helft bij belanghebbende in aftrek kan komen, omdat de boeterente is opgekomen door de aflossing van de gezamenlijke schuld van belanghebbende en zijn ex-partner en omdat de aflosnota aan zowel belanghebbende als zijn expartner gericht is.
De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende recht heeft op aftrek van het volledige bedrag aan boeterente van € 34.617. De boeterente is een gevolg van het vroegtijdig aflossen van de leningen bij [bank 1]. Daarvoor is belanghebbende leningen aangegaan bij [bank 2]. Gelet op de in het echtscheidingsconvenant en de akte van verdeling gemaakte afspraken alsmede de omstandigheid dat de leningsovereenkomst met en hypotheekverstrekking aan [bank 2] door de notaris is gepasseerd nadat de akte van verdeling is gepasseerd, is de rechtbank van oordeel dat de boeterente voor rekening van belanghebbende komt en daarom alleen op hem drukt. Dat de eerdere aflosnota ter begroting van de omvang van de boeterente aan zowel belanghebbende als zijn ex-partner zijn gericht, betekent niet dat deze boeterente ook op hun beiden drukt. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat uit de notariële afrekening volgt dat de boeterente volledig bij belanghebbende in aanmerking is genomen alsmede dat de overbedelingsvordering van de ex-partner niet is gemuteerd na de uit het dossier blijkende verhoging van de boeterente. Daaruit volgt dat de boeterente geen onderdeel uitmaakt van de verrekeningafspraken tussen belanghebbende en zijn ex-partner. De aftrekbare boeterente is naar het oordeel van de rechtbank ten onrechte gecorrigeerd.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool:
* Met de echtscheiding kwam men feitelijk op een 'samenwoners' situatie terecht. Ander gezegd, de lening ging ieder voor 50% aan.
* Een stellingname van de belastinginspecteur zou (aanvullend) kunnen zijn dat analoog aan stellingname van de rechter, dat de woning en hypotheek aan belanghebbende zijn toegewezen. Echter, (aanname) de hypotheek voldoet niet geheel aan de box 1 voorwaarden (in beginsel zou helft overgangsrecht beschikbaar zijn en dient andere helft annuitair/ lineair te worden gefinancierd). Nu dit ten tijde van de 'verdeling' nog niet fiscaal goed was, is de boeterente die dan ziet op een box 3 lening niet aftrekbaar.
* Meer terecht zou zijn dat in hoger beroep deze uitspraak teruggedraaid wordt.
* Voor de adviespraktijk is het verstandig in het convenant een bepaling op te nemen ten aanzien van de gezamenlijke aangifte, dat had een hoop problemen kunnen voorkomen.
* BIj een OHA na jaar van echtscheiding, kan men niet meer kiezen voor gezamenlijk fiscaal partnerschap. Die optie is beperkt tot fiscale jaar van echtscheiding.
* In verlengde is de vraag of de oude geldverstrekker de notaris wel toestemming heeft gegeven de hypotheek op 1 naam te zetten (in ieder geval aandachtspunt voor adviseur als deze soortgelijke casus heeft.
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99