In de periode na ontvangst van het rentevoorstel maar voordat de driemaands-termijn voorafgaand aan het aflopen van de rentevastperiode inging, is de rente gedaald. De consument heeft de bank verzocht om de rentedaling in het rentevoorstel te verwerken, maar de bank heeft dat verzoek afgewezen.
Bij het uitbrengen van een rentevoorstel door de bank is artikel 68b lid 1 van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (hierna: BGfo) van belang. Dit artikel luidt als volgt:
Indien de rentevastperiode van een overeenkomst inzake hypothecair krediet met een vaste debetrentevoet afloopt na 1 april 2013 informeert de aanbieder de consument ten minste drie maanden voor het aflopen van de rentevastperiode over het aflopen van die periode en verstrekt informatie over de maximale debetrentevoet die zal gelden voor de komende rentevastperiode waarbij de maximale debetrentevoet bij minimaal drie rentevastperiodes, indien aangeboden, wordt aangegeven.
De commissie is van oordeel dat een redelijke uitleg van de voorwaarden, in samenhang met de wet, met zich brengt dat de bank het rentevoorstel enkele dagen eerder dan drie maanden voor het aflopen van de rentevastperiode mocht uitbrengen. Ook hoeft de bank een rentedaling niet in het voorstel te verwerken. De vordering van de consument wordt afgewezen.
Lees hier de volledige uitspraak.
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99