Bij bepaalde vormen van bankieren komen ook rentevrije hypotheken voor, waarbij - vanuit een levensbeschouwelijk uitgangspunt - geen rente mag worden betaald over geleend geld. De contractvormen van deze hypotheken zitten juridisch complex in elkaar en zijn erop gericht om de vergoeding voor de hypotheek op andere wijze vorm te geven dan door rente.
Relevant is dat bij rentevrije hypotheekvormen vaak meerdere voor de overdrachtsbelasting relevante eigendomsoverdrachten plaatsvinden. Dit kan leiden tot hogere overdrachtskosten. Bij meerdere eigendomsoverdrachten kan méér overdrachtsbelasting zijn verschuldigd (waarbij mogelijk ook het 8%-tarief geldt, afhankelijk van de specifieke vormgeving van het product). Dit kan ook leiden tot hogere notariskosten en afsluitkosten dan bij de traditionele hypotheekvormen. Dit alles zal het product naar alle waarschijnlijkheid duurder maken dan reguliere hypotheekvormen.
Ook buiten de fiscaliteit hebben dergelijke rentevrije hypotheken aandachtspunten. Zo kunnen voor de consument mogelijk hogere kosten verbonden zijn aan het tussentijds aflossen, bijvoorbeeld bij een verhuizing of overlijden. Voor hypotheken onder de Gedragscode Hypothecaire Financieringen (GHF) geldt juist dat bij een verhuizing of overlijden vervroegd kan worden afgelost zonder dat daar een extra vergoeding voor gerekend wordt. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de Nederlandsche Bank (DNB) hebben in 2008 een verkennende analyse uitgebracht naar islamitisch financieren. Hieruit bleek dat er grotere prudentiële risico’s aan rentevrij bankieren kleven. Zo verschillen het krediet-, markt-, en operationeel risico bij rentevrij bankieren met die van conventioneel bankieren. Destijds werd ook geconcludeerd dat de meest gebruikte contractsvormen van dergelijke hypotheken buiten het gedragstoezicht van de AFM vallen. Of dit nog steeds het geval is hangt uiteraard samen met de exacte vormgeving van het product.
In de Europese Hypothekenrichtlijn die in 2016 is geïmplementeerd zijn voorschriften opgenomen omtrent de vervroegde aflossing. Zo heeft een consument het recht om een hypothecair krediet geheel of gedeeltelijk vervroegd af te lossen. De consument heeft in dat geval recht op een vermindering van de totale kredietkosten, gelijk aan de rente en kosten voor de resterende duur van de overeenkomst.
De kredietverstrekker heeft bij een vervroegde aflossing recht op een eerlijke en objectief verantwoorde vergoeding voor mogelijke kosten die rechtstreeks aan vervroegde aflossing verbonden zijn. Hierbij geldt dat deze vergoeding geen boete mag zijn, en dat deze nooit het door de kredietverstrekker geleden financiële nadeel mag overschrijden.
Als een klant voornemens is vervroegd af te lossen, dient deze een berekening van de vergoeding voor het vervroegde aflossing en de bij de berekening gehanteerde aannames te ontvangen. Door de consument op transparante wijze te informeren over de berekeningswijze van de vergoeding voor vervroegde aflossing, kan de consument deze controleren. De kredietverstrekker moet dus bij afwegingen consequent het belang van de klant in het oog houden en rekenen in het voordeel van de klant. Tevens dient de kredietverstrekker dit duidelijk toe te lichten.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99