Centrale tegenpartijen, clearingleden en cliënten van de centrale tegenpartijen en toezichthouders.
De verordening vertoont grote gelijkenissen met de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen (BRRD) welke in de Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd in onder andere de Wet op het financieel toezicht (Wft). Omdat de verordening rechtstreeks doorwerkt in de Nederlandse rechtsorde, is de wijze van uitvoering van de verordening niet (geheel) gelijk aan de implementatie van deze richtlijn. Dit betekent dat een aantal artikelen dat in die richtlijn is opgenomen voor banken en beleggingsondernemingen en ook in de verordening is te vinden in de variant voor centrale tegenpartijen, niet in deze Uitvoeringswet zijn opgenomen, maar rechtstreekse werking hebben.
Een centrale tegenpartij is een onderneming die een grote rol speelt binnen de infrastructuur van het financiële systeem. De centrale tegenpartij plaatst zich tussen de oorspronkelijke tegenpartijen van een effectentransactie (bijvoorbeeld een derivatencontract) en wordt zo de koper van elke verkoper en de verkoper aan elke koper.
Hierdoor bestaat het tegenpartijrisico tussen de twee oorspronkelijk handelende partijen niet meer, maar neemt de centrale tegenpartij het gehele tegenpartijrisico op zich.
Doordat de centrale tegenpartij dit voor een veelvoud van transacties doet en hierdoor de mogelijkheid krijgt om transacties te netteren, wordt het algehele risico in de markt kleiner. Het garanderen, netteren en administreren van transacties door de centrale tegenpartij wordt aangeduid als ‘clearing’.
Om deel te kunnen nemen aan een centrale tegenpartij dienen partijen te voldoen aan de voorwaarden die de centrale tegenpartij aan deelname stelt. Per centrale tegenpartij zijn er gemiddeld 10 tot 20 ondernemingen aangesloten. Deze zogenoemde clearingleden zijn overwegend grote banken. Cliënten van clearingleden kunnen via die clearingleden op indirecte wijze gebruik maken van de diensten van de centrale tegenpartij. In het geval dat één van deze clearingleden failliet zou gaan, zal de centrale tegenpartij de transactie die door dit clearinglid was aangegaan alsnog uitvoeren en de daaruit voortvloeiende verplichtingen voldoen. Onder andere om het risico af te dekken dat de centrale tegenpartij opdraait voor de verliezen als een clearinglid failliet gaat, vraagt de centrale tegenpartij onderpand aan de clearingleden.
Klik hier voor de internetconsulatie.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99