En dus niet de rente die gold op het moment dat A. de definitieve aflosnota opstelde. De consumenten vorderen terugbetaling van hetgeen zij teveel betaald hebben.
Volgens de hiervoor genoemde voorwaarden hanteert A. bij de berekening van de aflossingskosten als vergelijkingsrente de “actuele rente” “voor een rentevastperiode die gelijk is aan de resterende rentevaste periode” van de hypotheek. De commissie is van oordeel dat uit deze formulering van “vergelijkingsrente” volgt dat de rente die geldt op het daadwerkelijke moment van aflossen de vergelijkingsrente vormt. Immers, de resterende rentevastperiode wordt eveneens per de (beoogde) aflosdatum vastgesteld. Op deze wijze zal de te betalen vergoeding overeenkomen met het daadwerkelijke financiële nadeel dat A. lijdt als gevolg van de vervroegde aflossing van de hypotheek.
In de praktijk is het echter niet mogelijk om te voorspellen wat de actuele rente zal zijn op het moment van aflossen. Om de consumenten (en de notaris) toch voorafgaand aan het passeren van de hypotheekakte en het daadwerkelijke moment van aflossing van de oude lening een opgave te kunnen doen van de kosten die gepaard gaan met het vervroegd aflossen, zal A. dan ook een ander “ijkpunt” moeten nemen voor het bepalen van de vergelijkingsrente.
Het standpunt van de consumenten dat het moment waarop het hypotheekdossier compleet was bepalend zou moeten zijn voor het vaststellen van de vergelijkingsrente wordt door de commissie niet gevolgd. Op dat moment is immers nog niet duidelijk wanneer de akte zal passeren bij de notaris en wanneer en of er daadwerkelijk afgelost zal worden. Dit moment kan nog ver in de toekomst liggen, er kan ook om wat voor reden ook alsnog van worden afgezien. Ook zal niet elke vervroegde aflossing tevens een oversluiting van de lening (bij dezelfde bank) inhouden. Wanneer een hypotheek bijvoorbeeld (geheel of gedeeltelijk) vervroegd wordt afgelost uit eigen middelen zal er geen sprake zijn van een nieuwe hypotheek.
Ook het moment van opvragen van de aflosnota is een moment dat nog ver verwijderd kan zijn van het daadwerkelijke moment van aflossen. De consumenten kunnen er immers voor kiezen om de aflosnota al ver voor passeerdatum aan te vragen. Ook als zij hier niet voor kiezen zal het moment van opvragen van de aflosnota altijd verder verwijderd zijn van het daadwerkelijke moment van aflossen, dan het moment waarop de aflosnota opgemaakt wordt. Daarmee bestaat er ook een grotere kans dat er zich tussentijds rentewijzigingen voordoen, waardoor de gehanteerde vergelijkingsrente (sterker) af kan wijken van de rente op aflosdatum.
De consumenten stellen verder dat het niet redelijk is dat A. (bewust) een termijn van enkele weken gebruikt voor het opstellen van een “simpele” aflosnota en de eis van A. om de aflosnota minimaal 30 dagen voor passeerdatum aan te vragen vinden consumenten ook onredelijk. Hoewel de commissie zich kan voorstellen dat de consumenten er baat bij hebben om zo spoedig mogelijk duidelijkheid te krijgen over de te betalen vergoeding voor vervroegd aflossen, wordt de door A. gebruikte termijn van 15 dagen voor het opstellen van de gevraagde aflosnota door de commissie niet als onredelijk lang gezien. Het is voor (grote) financiële instellingen niet mogelijk om direct, dan wel binnen enkele dagen te reageren op alle verzoeken die zij ontvangen van hun klanten. Zoals A. heeft aangegeven heeft zij te maken met doorlooptijden en werkvoorraden, ook voor relatief eenvoudige verzoeken. Ook de termijn van 30 dagen is niet onredelijk. A. maakt de aflosnota in beginsel twee weken voor de beoogde passeerdatum op. Omdat A. ook tijd nodig heeft om de aflosnota op te stellen, is het redelijk dat A. de eis stelt dat aflosnota’s minimaal 30 dagen voor de passeerdatum worden opgevraagd. Wanneer er sprake is van spoed kan deze termijn van 30 dagen worden verkort volgens A. Er dient dan expliciet een verzoek hiertoe gedaan te worden door de notaris. Een dergelijk verzoek is er in dit geval niet gedaan.
De commissie wijst de vordering af. A. geeft een juiste uitvoering aan de overeenkomst die is gesloten met de consumenten. Het door A. gehanteerde beleid is niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar en de door A. gehanteerde termijnen en doorlooptijden zijn niet onredelijk. Van enige “sturing” op een voor A. zo gunstig mogelijke uitkomst is door de commissie niet gebleken.
Lees hier de volledige uitspraak.
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99