Per 1 januari 2014 is er in de Wft in artikel 4:24a een algemene zorgplicht vastgelegd die financiële dienstverleners in acht moeten nemen jegens consumenten of begunstigden. Op grond hiervan dient een financiële dienstverlener op zorgvuldige wijze de gerechtvaardigde belangen van een consument of begunstigde in acht te nemen. Indien een financiële dienstverlener adviseert, dient hij te handelen in het belang van de consument of begunstigde.
De bestuursrechtelijke verankering van de algemene zorgplicht is ingevoerd als een aanvulling op het systeem van consumentenbescherming (normerende werking) en als vangnetbepaling op grond waarvan de AFM bij evidente misstanden kan handhaven indien specifieke regels in de Wft ontbreken (sanctionerende werking). De regeling functioneert in die opzichten goed.
Aangezien de AFM ten tijde van de evaluatie nog niet formeel gehandhaafd had op grond van artikel 4:24a Wft en daardoor geen bestuursrechtelijke rechtspraak tot stand was gekomen, heeft mijn ambtsvoorganger destijds een nieuwe evaluatie voor 1 januari 2022 aangekondigd. De achtergrond van het ontbreken van formele handhaving op grond van artikel 4:24a Wft was onder meer dat (i) er veelal meer concrete normen in de Wft voor handen zijn, (ii) marktpartijen reeds zelf - al dan niet op aandringen van de toezichthouder - tot aanpassing overgaan en (iii) er geen sprake is geweest van een misstand die aan het criterium evident voldoet.
De reden voor de nieuwe evaluatie - meer zicht op de formele handhavingspraktijk en ontwikkeling in de bestuursrechtelijke rechtspraak - heeft zich in de tussentijd echter niet voorgedaan. Tot op heden is nog niet formeel gehandhaafd op grond van artikel 4:24a Wft.
De evaluatie wordt aangehouden tot er meer zicht is op de formele handhavingspraktijk en ontwikkeling in de bestuursrechtelijke rechtspraak.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99