De consumenten stellen dat de bank bekend was met de aflossing en daarmee met de verlaging van de schuldmarktwaardeverhouding en dat de bank daarom uit eigen beweging tot verlaging van de risicoklasse had moeten overgaan.
Voor de geldlening van de consumenten is een risico-opslag gehanteerd op basis van de LTV tot en met 85% van de marktwaarde van de woning.
Op 27 oktober 2016 hebben de consumenten het derde leningdeel met een variabel rentetarief afgelost met middelen verkregen uit de verkoop van hun oude woning.
In februari 2021 hebben de consumenten de bank verzocht om de rente aan te passen naar de tariefklasse tot en met 65% van de marktwaarde van de woning. De bank heeft dit verzoek begin maart 2021 gehonoreerd en het rentetarief verlaagd.
De bank beroept zich op artikel 6.4 van haar toepasselijke voorwaarden die bepalen dat de leningnemer zelf om aanpassing van de risicoklasse moet vragen.
Vooropgesteld wordt dat de consumenten en de bank niet overeengekomen zijn dat de bank de tariefklasse op eigen initiatief aanpast als na een aflossing de schuldmarktwaarde-verhouding gedaald is naar een andere klasse. Er zijn op dit gebied dus geen afspraken waar de consumenten een beroep op kunnen doen. Evenmin is er een rechtsregel die de bank verplicht om de rente/risico-opslag gedurende de rentevastperiode op eigen initiatief aan te passen. Deze is er ook niet in het geval de bank de gegevens heeft om vast te stellen dat de schuldmarktwaardeverhouding niet meer actueel is. Overeengekomen is dat de rente opnieuw zal worden vastgesteld als de rentevastperiode is geëindigd of eerder onder bepaalde voorwaarden als hier door de leningnemer om wordt verzocht.
In artikel 6:233 sub a BW staat dat een beding in de algemene voorwaarden vernietigbaar is, indien het onredelijk bezwarend is voor de wederpartij. Daarbij dient gelet te worden op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden tot stand zijn gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval. In artikel 6:236 BW wordt de zogeheten ‘zwarte lijst’ vermeld en in artikel 6:237 BW wordt de zogeheten ‘grijze lijst’ vermeld. De zwarte lijst bevat bepalingen die altijd onredelijk bezwarend zijn. De grijze lijst bevat bepalingen waarvan wordt vermoed dat deze onredelijk bezwarend zijn.
De commissie is van oordeel dat sprake is van een duidelijk en begrijpelijk beding en een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde consument had op basis van alle relevante feitelijke gegevens kunnen weten wat er staat over de tariefklasse, de factoren die hierop van invloed zijn en hoe een verzoek tot wijziging ingediend moet worden. De commissie heeft getoetst of het bovengenoemde beding een oneerlijk (onredelijk bezwarend) beding is en naar het oordeel van de commissie is dat niet het geval. De vordering van de consumenten wordt afgewezen.
Lees hier de volledige uitspraak.
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99