Neem nu een abonnement op Fintool.nl
De betrouwbare vraagbaak voor financiële dienstverleners.
Abonneren Bekijk alle diensten
27 dec 2021 Nieuws

Hoge Raad biedt rechtsherstel (box 3 - 2017/2018)

De in het jaar 2017 ingegane wettelijke regeling van het belasten van spaargeld en overig vermogen in box 3 van de inkomstenbelasting is in strijd met het ongestoord genot van eigendom en het discriminatieverbod in het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM).
  • Dagelijkse e-mail nieuwsbrief
  • Kennisbank met 1000+ artikelen
  • Rekenmodellen en downloads
  • Persoonlijk archief
  • Inclusief Permanent Actueel module!!

De wettelijke regeling houdt kort gezegd in dat, afhankelijk van de omvang van het vermogen, verondersteld wordt dat een deel van dat vermogen gespaard en een deel belegd wordt (de zogenoemde ‘vermogensmix’). Voor beide vermogenselementen is wettelijk vastgelegd welk rendement men geacht wordt daarmee te behalen (het forfait). Daarbij wordt geen rekening gehouden met de werkelijke keuze van belastingplichtigen of het daadwerkelijke rendement. De Hoge Raad ziet zich genoodzaakt om adequate rechtsbescherming te bieden tegen de geconstateerde schending van fundamentele rechten. Vaststaat welk rendement de belanghebbende in deze zaak werkelijk heeft behaald. Dit is lager dan het op basis van de wet veronderstelde rendement. Daarom biedt de Hoge Raad rechtsherstel aan deze belastingplichtige door alleen over dat werkelijke rendement belasting te heffen.

De regeling

Tot en met het jaar 2016 werd in box 3 belasting geheven over een vast rendement van 4 procent. Met dit percentage zocht de wetgever aansluiting bij rendementen die in de praktijk, over een langere periode bezien, gemiddeld zonder veel risico moeten kunnen worden behaald. Sinds 2017 heeft de wetgever de grondslag van het risico-arme rendement verlaten en in plaats daarvan aansluiting gezocht bij een gemiddelde verdeling van het vermogen en bij de rendementen die in voorgaande jaren gemiddeld zijn behaald op die vermogensonderdelen. Daarbij wordt, afhankelijk van de omvang van het vermogen, verondersteld dat een deel van het vermogen gespaard wordt en een deel belegd wordt (de zogenoemde ‘vermogensmix’). Belastingplichtigen worden dan ook niet aangeslagen op basis van de werkelijke verdeling van hun vermogen over spaargeld en andere beleggingen. Die verdeling, de ‘vermogensmix’, wordt in de wettelijke regeling gefingeerd. Wie een klein vermogen heeft, wordt verondersteld dat voor tweederde gedeelte in spaargeld te beleggen en voor een derde in overig vermogen; wanneer het vermogen groter is (tweede schijf), veronderstelt de wetgever dat het spaardeel nog maar 21 procent uitmaakt, en in de ‘derde schijf’ (vermogen boven de 1 miljoen euro) wordt verondersteld 0 procent spaargeld voor te komen.

De zaak

De zaak die in cassatie aan de Hoge Raad is voorgelegd is een van de zaken die wordt uitgeprocedeerd in een zogenoemde massaal-bezwaarprocedure. In die procedure is de vraag aan de orde of de vermogensrendementsheffing in box 3 van de inkomstenbelasting voor de jaren 2017 en 2018 in strijd is met het recht op eigendom en het verbod op discriminatie. Het vermogen van belanghebbende en zijn echtgenote van in totaal ongeveer 1 miljoen euro bestond voor circa 80 procent uit spaartegoeden met lage rente. Op basis van het forfaitaire stelsel wordt belanghebbende echter geacht 21 procent van zijn vermogen als spaartegoeden aan te houden en de rest van zijn vermogen te beleggen tegen een hoger rendement. Het gevolg hiervan is dat belanghebbende over veel hogere opbrengsten belasting moest betalen dan hij in werkelijkheid had genoten.

Advies advocaat-generaal

Advocaat-generaal Niessen heeft op 1 november jl. de Hoge Raad geadviseerd om de vermogensmix buiten toepassing te laten in verband met strijdigheid met het recht op ongestoord genot van eigendom en het verbod op discriminatie.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad is van oordeel dat het sinds 2017 geldende forfaitaire stelsel verder af is komen te staan van een heffing over het inkomen waarvan kan worden aangenomen dat een individuele belastingplichtige dat daadwerkelijk heeft genoten, terwijl de wetgever dit wel heeft beoogd. Het nieuwe stelsel perkt de door het EVRM gegarandeerde recht om vrij te beschikken over eigendom in, doordat het een verhoudingsgewijs zware financiële last verbindt aan de keuze om niet over te gaan tot het risicovol beleggen van vermogen. Ook is het discriminerend doordat degenen die pech hebben gehad met hun risicovolle beleggingen relatief zwaar worden belast. Naar het oordeel van de Hoge Raad is er niet een redelijke verhouding tussen de belangen die de wetgever heeft willen dienen met het forfaitaire stelsel (uitvoerbaarheid, realiteit en opbrengst) en de ongelijkheid die met het stelsel wordt veroorzaakt. De Hoge Raad ziet zich genoodzaakt om belanghebbende adequate rechtsbescherming te bieden tegen de geconstateerde schending van zijn fundamentele rechten. In deze zaak staat vast welk rendement de belanghebbende werkelijk heeft behaald. Dit is lager dan het op basis van de wet veronderstelde rendement. Daarom biedt de Hoge Raad rechtsherstel aan deze belanghebbende door voor de jaren 2017 en 2018 alleen dat werkelijke rendement in de heffing te betrekken.

Andere zaken in de massaalbezwaarprocedure
De uitspraak van de Hoge Raad heeft tot gevolg dat de Inspecteur nu kan beslissen op alle bezwaarschriften die zijn ingediend in de zaken die door de Staatssecretaris van Financiën zijn aangemerkt als massaalbezwaar.

 

Bron: Hoge Raad

 

**

De Belastingdienst beoordeelt nu wat deze uitspraak betekent voor iedereen met een box 3-heffing. In januari berichten zij nader over deze beoordeling.

Bron: Belastingdienst

Downloads

Downloads zijn alleen beschikbaar voor abonnees. Log graag in of neem een abonnement.

Lees ook…

Rekenmodel bepalen vermogensrendementsheffing (BP2022)

Aan de hand van een rekenmodel kan uitgerekend worden hoeveel de te betalen vermogensrendementsheffing in Box 3 wordt.

Hypotheek overhevelen naar box 3, ja of nee?

Naar aanleiding van een vraag van een Fintool abonnee of het 'voordeliger' is om een box 1 lening (BP2013 regime) toch in box 3 te plaatsen ter besparing van de te betalen vermogensrendementsheffing is een rekenmodel gemaakt.

Kamervragen vermogensrendementsheffing box 3

Staatssecretaris Vijlbrief gaf de Tweede Kamer antwoord op Kamervragen over het bericht 'Rechtbank: Vermogensbelasting is discriminerend voor spaarders'.

Standaarddeviatie en box 3 rendementen

De spreiding van individuele vermogensrendementen rond het gemiddelde waarnaar box 3 iedereen aanslaat is zó groot, dat box 3 stelselmatig onderrenderenden fiscaal discrimineert om stelselmatig een fiscaal privilege voor overrenderenden te financieren. Box 3 is daarom onverenigbaar met het ook de wetgever bindende discriminatieverbod. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Wattel de Hoge Raad in zijn conclusie.

Besluit bezwaarschriften over vermogensrendementsheffing 2020

Staatssecretaris Vijlbrief informeerde de Tweede Kamer over zijn besluit om de bezwaarschriften die zijn ingediend tegen de vermogensrendementsheffing in de aanslagen inkomstenbelasting 2020 aan te wijzen als massaal bezwaar, zoals ook in voorgaande jaren is gebeurd.

Rubrieken

Dossiers

Opvoerdatum

27 dec 2021

Laatst gewijzigd

27 dec 2021

Adresgegevens

Fintool
Vlinderweg 2 | Unit 0.24
2623 AX Delft

Telefoon 085 - 111 89 99
Telefax 085 - 111 88 80
E-mail: info@fintool.nl
KvK 27256668

Fintool bv © 2003/2022. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.