De man stelt dat hij de volledige hypotheekpremie voor de echtelijke woning heeft betaald over de periode van 1 april 2004 (ingangsdatum polis) tot aan de datum van levering van de woning in december 2021. Maandelijks bedraagt de premie € 383,00; in totaal € 81.579,00. Dit betekent volgens de man dat hij een vergoedingsrecht heeft op de vrouw van € 40.789,50. De premiebetalingen behoren volgens de man niet tot de kosten van de huishouding. Het verzoek van de vrouw om de premiebetalingen te verrekenen met de door haar betaalde kosten van de huishouding is gelet hierop volgens de man niet mogelijk. Bovendien besteedde de vrouw volgens de man niet haar volledige inkomen aan de kosten van de huishouding en had zij wel degelijk middelen om de helft van de premie te voldoen. Dit heeft zij echter nooit gedaan. Bij verkoop van de echtelijke woning wordt het opgebouwde vermogen bij helfte verdeeld zodat ook de premie volgens de man bij helfte gedragen dient te worden.
De vrouw betwist dat een vergoedingsrecht voor de man is ontstaan vanwege de betaling van de hypotheekpremie. De vrouw erkent dat de maandelijkse premie van € 383,00 is afgeschreven van de bankrekening van de man. De reden hiervoor is dat partijen geen gezamenlijke bankrekening hadden. De hypotheekpremie is net als alle andere vaste lasten voor de woning van de bankrekening van de man afgeschreven. Daar stond tegenover dat de vrouw haar volledige inkomen heeft besteed aan de kosten van de huishouding, waaronder boodschappen. In dit verband wijst de vrouw op de door haar overgelegde bankafschriften over de afgelopen jaren. Het op deze wijze voldoen van de kosten was volgens de vrouw voor partijen de afspraak en praktisch. Immers de man was voor zijn werk vaak meerdere dagen van huis en hij kon de vaste lasten voor de woning blijven voldoen via automatische incasso’s terwijl de vrouw thuis was en de boodschappen betaalde. Op deze wijze hebben beide partijen hun volledige inkomen aangewend zodat de kosten op redelijke wijze werden verdeeld. Dit was het feitelijk afgestemde gedrag tussen partijen. Volgens de vrouw hebben partijen daarmee de hypotheekpremie dus eigenlijk reeds verrekend met de bijdrage in de kosten van de huishouding. Of anders gezegd partijen hebben deze premie behandeld als kosten van de huishouding. Een onderlinge overboeking van de hypotheekpremie of een voornemen daartoe is volgens de vrouw nooit aan de orde geweest, ook niet bij het aangaan van het huwelijk of het opstellen van de huwelijkse voorwaarden. Uit het gedrag van partijen voor en tijdens het huwelijk, ook nadat de man de woning had verlaten, volgt dat partijen zelfs nooit hebben beseft dat voor de premie levensverzekering een andere bepaling uit de huwelijkse voorwaarden zou gelden. De vrouw acht het niet redelijk om deze kosten nu in het kader van de echtscheiding anders te behandelen.
De rechtbank stelt vast dat de volledige hypotheekpremie voor de echtelijke woning steeds van de bankrekening van de man is afgeschreven. In artikel 2 van de huwelijkse voorwaarden staat vermeld dat eventuele aflossingen van geldleningen niet tot de kosten van de huishouding behoren.
Echter door de man is niet betwist dat het gedurende het huwelijk van partijen de praktische gang van zaken was dat de vaste lasten van de rekening van de man werden afgeschreven omdat hij veel van huis was en dat de vrouw van haar rekening de variabele lasten betaalde. Daarnaast heeft de man ter zitting verklaard dat de hypotheekpremie van zijn rekening werd afgeschreven aangezien zijn inkomen hoger was. Dit geeft steun aan de stelling van de vrouw dat de hypotheekpremie anders dan in de huwelijkse voorwaarden staat vermeld door partijen werd beschouwd als kosten van de huishouding. Immers blijkens artikel 2 van de huwelijkse voorwaarden dienden partijen naar evenredigheid van ieders netto-inkomsten uit arbeid bij te dragen in de kosten van de gemeenschappelijke huishouding. Onder voormelde omstandigheden verzetten de redelijkheid en billijkheid zich er naar het oordeel van de rechtbank tegen dat nog een vergoeding door de vrouw aan de man plaatsvindt van de door de man betaalde hypotheekpremies.
Gelet hierop heeft de man geen recht op een vergoeding terzake van betaalde premies.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99