De commissie oordeelt dat de consument met zijn klacht opkomt tegen de weigering van de bank om hem een Verzilverhypotheek te verstrekken en dat de klacht daarom niet-behandelbaar is op grond van artikel 2.1 onder i van het reglement.
In het kader van haar acceptatiebeleid stelt de bank bij de Verzilverhypotheek de eis dat de erfpacht niet eerder afloopt dan in het 105e levensjaar. In het geval van de consument loopt de erfpacht tot 30 juni 2052. De consument is dan 90 jaar en heeft het 105e levensjaar dan nog niet bereikt, waardoor niet voldaan is aan één van de eisen die de bank stelt.
De bank heeft aangegeven dat zij op grond van de haar toekomende beleidsvrijheid voorwaarden mag stellen voor zij een aanvraag accepteert. Verder heeft de bank toegelicht waarom zij bij het verstrekken van een Verzilverhypotheek de eis stelt dat het recht van erfpacht minimaal loopt tot de jongste aanvrager 105 is: eindigt het recht van erfpacht voordat de Verzilverhypotheek eindigt, dan verliest de bank haar preferente hypotheekrecht.
De bank houdt een leeftijdsgrens aan van 105 jaar, omdat uit analyse van de hypotheekportefeuille is gebleken dat de oudste klant 105 jaar oud is. In het geval van de consument loopt de erfpacht tot het 91e levensjaar van de consument. Dit is 14 jaar korter dan de door de bank gehanteerde leeftijdsgrens van 105 jaar. Dit betekent dat als de bank een Verzilverhypotheek verstrekt en de consument ouder wordt dan 91 jaar, de bank een risico loopt (dat zij niet wenst te lopen). De bank is daarom niet bereid om voor de consument een uitzondering te maken op haar acceptatiebeleid.
Lees hier de volledige uitspraak.
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99