De wet schept in de eerste plaats ruimte voor nieuwe pensioencontracten die eerder perspectief bieden op een koopkrachtig pensioen. Het pensioen wordt straks beweeglijker en sluit beter aan bij de economische ontwikkelingen van de afgelopen jaren. Als het goed gaat met de economie, dan gaat het verwachte pensioen of de uitkering omhoog. Gaat het economisch slechter? Dan kan het omlaag gaan. In de pensioencontracten wordt echter beter aangesloten bij de risicohouding van de deelnemers. Jongeren hebben de tijd om meevallers en tegenvallers in de beleggingen op te vangen. Naarmate je ouder wordt, is er minder ruimte om deze tegenvallers op te vangen. Daarom zorgen we ervoor dat de beweeglijkheid van de uitkering minder groot wordt als je (bijna) met pensioen bent. Zo voorkomen we onaangename verrassingen als je vlak voor je pensioen zit.
Het tweede doel van dit wetsvoorstel is om pensioen voor de deelnemers transparanter en persoonlijker te maken. Iedereen gaat pensioen opbouwen via een premieregeling. De pensioenpremie staat centraal en wordt voor alle leeftijden gelijk. Met de nieuwe regels voor pensioen zien deelnemers duidelijker hoeveel geld zij en hun werkgever stoppen in hun pensioen en hoe snel dit bedrag groeit.
Ook zorgt het nieuwe pensioenstelsel voor een betere aansluiting op de arbeidsmarkt van nu. Werknemers blijven bijvoorbeeld minder vaak dan vroeger hun hele leven lang bij dezelfde werkgever of gaan aan het werk als zelfstandige. Het wetsvoorstel gaat mee met de tijd om dit soort kwetsbaarheden op te lossen.
In het wetsvoorstel zijn ook afspraken gemaakt om in de transitieperiode (2023-2027) al met de blik van het nieuwe stelsel naar het huidige stelsel te kijken. Pensioenfondsen die de intentie hebben om ook de huidige pensioenen over te zetten naar het nieuwe stelsel (het zogenoemde invaren) mogen onder voorwaarden met versoepelde indexatieregels rekenen. Hierdoor is er ook in aanloop naar de overgang op het nieuwe stelsel al meer zicht op indexatie.
Voor het jaar 2022 wordt door een apart besluit geregeld dat fondsen, vooruitlopend op de nieuwe pensioenwet, ook de ruimte krijgen om sneller te indexeren. Het voornemen is dat dit besluit per 1 juli 2022 in werking treed.
Afhankelijk van de wetsbehandeling in de Tweede en Eerste Kamer, gelden de regels naar verwachting vanaf 1 januari 2023. De sociale partners en pensioenuitvoerders krijgen dan 4 jaar de tijd om pensioenregelingen aan te passen aan de nieuwe wetgeving, dus tot 1 januari 2027.
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen in verband met toeslag vanwege voorgenomen ...
De Nederlandsche Bank (DNB) stuurt een toezichttoets op het wetsvoorstel voor de Wet toekomst pensioenen.
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) stuurt een toezichttoets op het wetsvoorstel voor de Wet toekomst pensioenen.
Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) stuurt een aanvullende zienswijze op het Wetsvoorstel toekomst pensioenen.
De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) stuurt hun advies over het wetsvoorstel voor de Wet toekomst pensioenen.
Advies van het College voor de Rechten van de Mens over wetsvoorstel Wet toekomst pensioenen.
Advies van de Raad voor de rechtspraak over wetsvoorstel Wet toekomst pensioenen.
De Belastingdienst stuurt een uitvoeringstoets op het wetsvoorstel voor de Wet toekomst pensioenen.
Toelichting op de ramingen van de budgettaire effecten van de maatregelen in het wetsvoorstel Wet Toekomst Pensioenen.
Rapport van De Nederlandsche Bank (DNB) over herverdeling, UPO bedragen en kortingen.
Rapport van De Nederlandsche Bank (DNB) met een update van de analyses van maart 2021over herverdeling, UPO bedragen en kortingen.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99