Met dit besluit wordt voorzien in:
(1) het aanwijzen van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de Nederlandsche Bank (DNB) als de bevoegde autoriteiten in de zin van de verordening,
(2) het aanwijzen van het Klachteninstituut financiële dienstverlening (Kifid) als het orgaan voor geschillenbeslechting,
(3) sanctioneringsmogelijkheden bij overtreding van de verordening zodat een bestuursrechtelijke boete kan worden opgelegd, en de bestuursrechtelijke sancties of maatregelen die kunnen worden opgelegd, waaronder de last onder dwangsom en de publicatie van overtredingen, voor zover dat niet op grond van de reeds bestaande regelgeving mogelijk is.
Aanbieders van pensioenproducten in de derde pijler (vrijwillige, persoonlijke pensioenproducten) kunnen vrijwillig gebruik maken van het label PEPP, mits ze hun pensioenproduct vormgeven conform de in de verordening uitgewerkte gestandaardiseerde productkenmerken. Tot deze gestandaardiseerde productkenmerken behoren onder andere bepaalde informatieverplichtingen jegens de spaarder en er worden eisen gesteld op het gebied van het beleggingsbeleid en kosten.
Daarnaast dient een aanbieder, na toetsing door de nationale toezichthouder, geregistreerd te zijn in een openbaar register van erkende aanbieders.
Een PEPP kan worden aangeboden door verzekeraars, banken, pensioeninstellingen (voor zover die volgens het nationale recht bevoegd zijn en onder toezicht staan om persoonlijke pensioenproducten aan te bieden), beleggingsinstellingen en beleggingsondernemingen. Aanbieders kunnen een PEPP in de gehele Europese Unie aanbieden. Een spaarder kan bij verhuizing naar een andere lidstaat het sparen binnen een PEPP voortzetten.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99