Door hierover pas in 2021 te klagen is de adviseur in zijn belangen geschaad. De consumenten hebben te laat geklaagd in de zin van artikel 6:89 BW en kunnen daarom geen beroep meer doen op het door hen gestelde gebrek in de prestatie van de adviseur. De klacht van de consumenten is niet-behandelbaar. Dit blijkt uit een uitspraak van de Gesschillencommissie FD (Kifid).
De consumenten stellen dat de adviseur hen bij het afsluiten van de overlijdensrisicoverzekeringen had moeten wijzen op het gegeven dat de looptijd van de overlijdensrisicoverzekeringen niet overeenkwam met de looptijd van de hypothecaire geldlening.
In artikel 6:89 BW staat dat een schuldeiser geen beroep kan doen op een gebrek in de prestatie van een contractuele wederpartij, wanneer hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijs had moeten ontdekken bij de wederpartij heeft geprotesteerd. Hiervoor geldt geen vaste termijn. De termijn is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval. Relevant zijn onder meer de waarneembaarheid van het gebrek, de deskundigheid van partijen, de onderlinge verhouding van partijen, de aanwezige juridische kennis en de behoefte aan voorafgaand deskundig advies. De tijd die is verstreken tussen het moment dat het gebrek in de prestatie is of had moeten worden ontdekt en het indienen van een klacht is weliswaar een belangrijke factor, maar niet doorslaggevend. Van belang is ook of de wederpartij door het tijdsverloop in zijn belangen is geschaad.
Bij de beoordeling of de consumenten te laat hebben geklaagd in de zin van artikel 6:89 BW is ook relevant dat van de consumenten mag worden verwacht dat zij de aan hem verstrekte documentatie aandachtig doorlezen en dat zij daarover zo nodig kritische vragen stellen.
Op 19 december 2009 hebben de consumenten aanvraagformulieren ondertekend voor overlijdensrisicoverzekeringen met een looptijd van respectievelijk 19 en 21 jaar. De leningdelen van de hypothecaire geldlening hebben een looptijd van respectievelijk 27 jaar en 3 maanden en 30 jaar. Op basis van de aanvraagformulieren moet het de consumenten dan ook duidelijk zijn geweest dat de looptijd van de overlijdensrisicoverzekeringen aanzienlijk korter is dan de looptijd van de leningdelen van de hypothecaire geldlening.
Ook uit de nadien toegestuurde polisbladen hadden de consumenten kunnen opmaken dat de einddatum van de overlijdensrisicoverzekeringen afweek van de einddatum van de leningdelen. Indien dit niet overeenstemde met hun wensen, had het op de weg van de consumenten gelegen om zich voor de ondertekening van de aanvraagformulieren dan wel direct na de ontvangst van het polisblad tot de adviseur te wenden.
Lees hier de volledige uitspraak.
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99