Het hangt van de specifieke omstandigheden af welke verantwoordelijkheid op een perceeleigenaar rust ten aanzien van de gevolgen van drugsdumpingen. Sinds 2015 wordt vanuit het Rijk geld beschikbaar gesteld voor particulieren en gemeenten ter (co)financiering van de geleden schade.
Het Rijk heeft geen wettelijke verantwoordelijkheid voor het financieren van de schade van drugsafvaldumpingen. Sinds 2015 wordt er vanuit het Rijk desalniettemin geld beschikbaar gesteld voor particulieren en gemeenten ter cofinanciering van de geleden schade. Vanaf 2019 kunnen particulieren 100% van de kosten vergoed krijgen en gemeenten 50% tot een maximum van 25.000 EUR. BIJ12, als uitvoeringsorganisatie van het Interprovinciaal Overleg, voert deze Regeling uit. We zien sinds vorig jaar dat de kosten van het opruimen van sommige drugslozingen het maximum van 25.000 EUR overschrijdt.
In 2021 is er 517.000 euro uitgekeerd, dit betekent dat er een onderuitputting was van 483.000 euro. Navraag leert dat dit mede komt doordat er een maximum vergoeding van 25.000 euro geldt, zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 3. Ook speelt mee dat elke provincie een eigen Regeling (met identieke inhoud) heeft en de verdeling van het geld met een verdeelsleutel over de provincies geschiedt. De verdeelsleutel is gemaakt op basis van historische cijfers van drugsdumpingen in de twaalf provincies. Dit betekent dat het subsidieplafond bij de ene provincie al bereikt kan zijn, terwijl de andere provincie nog wel financiële ruimte heeft op basis van de Regeling. Om problematiek over de verdeelsleutel in de toekomst te voorkomen, zijn de uitvoeringsorganisaties in gesprek over een andere techniek achter de Regeling.
---------
De Tweede Kamer heeft in januari 2019 een motie aangenomen waarin de regering wordt gevraagd om informatie over bodemverontreinigingen in de Basisregistratie Ondergrond op te nemen.
Op basis van uitgevoerd onderzoek is door de Programmastuurgroep Basisregistratie Ondergrond, die onder voorzitterschap staat van het ministerie van BZK, vastgesteld dat de initiële investeringskosten 11,9 mln. euro bedragen. Het ministerie van IenW stelt 5 mln. euro per jaar beschikbaar voor de periode 2022-2023 uit de middelen voor bodem en ondergrond. Voor de dekking van de 1,9 mln. euro voor de periode 2024-2026 zullen nog nadere afspraken worden gemaakt met het ministerie van BZK. Voor dekking van de structurele beheerskosten voeren de Ministeries van BZK en EZK overleg met netbeheerders en grondroerders. Hiermee wordt invulling gegeven aan de motie.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99