Deze zaak gaat in het kort over het volgende.
In oktober 2019 heeft [eiseres] haar perceel landbouwgrond bewerkt met een trekker met daarachter een cultivator om het gereed te maken voor het nieuwe teeltseizoen. De trekker en de cultivator zijn eigendom van [eiseres] en onder een verzekering voor werk- en landbouwmaterieel verzekerd bij NN. Nadat de grond was bewerkt, heeft [eiseres] het perceel verhuurd aan [huurder] , een handelaar in tulpenbollen. [huurder] heeft tulpenbollen gepoot op het perceel. Doordat de grond te vochtig was, is een deel van de bollenoogst verloren gegaan. Uit onderzoek is gebleken dat bij het bewerken van de grond door [eiseres] drainagebuizen in de grond kapot zijn getrokken, waardoor het hemelwater niet kon worden afgevoerd en de grond te vochtig bleef. [huurder] heeft als gevolg van de verminderde oogst schade geleden. Zij heeft [eiseres] voor die schade aansprakelijk gesteld. [eiseres] heeft de schade geclaimd bij NN en bij Achmea, haar aansprakelijkheidsverzekeraar. Beide verzekeraars weigeren tot uitkering over te gaan. [eiseres] vordert in deze procedure, kort gezegd en onder meer, dat de rechtbank voor recht verklaart dat NN en Achmea de schade moeten uitkeren.
Bij e-mail van 11 april 2020 heeft [huurder] aan [eiseres] meegedeeld dat op het perceel ernstige waterschade is ontstaan, waardoor een groot gedeelte van de in de herfst van 2019 geplante tulpen verloren is gegaan. Verder vermeldt de e-mail dat bij onderzoek van de drainage is gebleken dat deze op meerdere plaatsen kapot is getrokken tijdens het woelen van het perceel voorafgaand aan de oplevering ten behoeve van de plantwerkzaamheden van [huurder] . [huurder] heeft [eiseres] aansprakelijk gehouden voor de schade aan de tulpen.
De rechtbank komt in dit vonnis tot het oordeel dat de schade die [huurder] bij [eiseres] heeft geclaimd – en die hoofdzakelijk bestaat uit een verminderde opbrengst aan tulpenbollen – niet is gedekt onder de aansprakelijkheidsverzekeringen van [eiseres] bij NN en Achmea. Ten aanzien van de verzekering bij NN geldt dat geen sprake is van materiële schade als bedoeld in de polisvoorwaarden. Voor de verzekering bij Achmea geldt dat schade die, zoals in dit geval, is veroorzaakt door een motorrijtuig is uitgesloten van dekking. NN en Achmea hebben dus allebei terecht geweigerd tot uitkering over te gaan.
Anders dan [eiseres] kennelijk meent, betekent het feit dat dekking onder de ene verzekering ontbreekt, niet automatisch dat dan onder de andere verzekering dan wél dekking bestaat. Onder verwijzing naar de conclusie van AG Spier bij het arrest van de Hoge Raad van 5 oktober 2007 (ECLI:NL:HR:2007:BB3317) wijst Achmea er in dit verband terecht op dat [eiseres] bij het afsluiten van beide verzekeringen werd bijgestaan door een (en dezelfde) professionele assurantietussenpersoon, namelijk [tussenpersoon] . Het ligt dan voor de hand dat de tussenpersoon zal zorgen voor een sluitende dekking. De kennis van de tussenpersoon moet daarbij worden toegerekend aan [eiseres] als verzekeringnemer. Dit betekent dat [eiseres] moet worden geacht ervan op de hoogte te zijn geweest dat beide dekkingen niet naadloos op elkaar aansloten en dat zij moet worden geacht het risico dat dit het geval was te hebben geaccepteerd. Het beroep van [eiseres] op spiegelbeelddekking gaat dus niet op.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99