Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
1
In artikel I, onderdeel C, wordt artikel 2a als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Er is sprake van een gezamenlijke huishouding indien de betrokkenen een notarieel verleden samenlevingscontract hebben gesloten of sprake is van een samenlevingsverklaring en wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in het tweede of derde lid.
2. In het tweede lid wordt “indien en zolang” vervangen door “indien en zolang er een notarieel verleden samenlevingscontract is en dit samenlevingscontract gemeld is aan de pensioenuitvoerder of”.
3. In het derde lid wordt, onder verlettering van de onderdelen a en b tot de onderdelen b en c een onderdeel ingevoegd, luidende:
a. er een notarieel verleden samenlevingscontract is;.
"Dat invaren de resultante is van overleg tussen sociale partners geeft ons evenmin aanleiding om aan te nemen dat betrokkenen niet als belanghebbende bij het besluit van DNB moeten worden aangemerkt. Het CBb heeft immers geoordeeld dat de vraag of een individuele polishouder belanghebbende is bij het instemmingsbesluit van DNB los staat van een eventuele collectieve verzetsprocedure waarin (rechtstreeks) bezwaren kunnen worden geuit."
De aanwezigheid van een zelfstandige wettelijke verzetsprocedure op grond van de Wft, betekende volgens het CBb niet dat individuele polishouders geen belanghebbenden in de zin van artikel 1:2, van de Awb zijn bij het instemmingsbesluit van DNB.
Wij interpreteren deze overweging van het CBb aldus, dat (collectieve) waarborgen waarin rekening wordt gehouden met belangen van betrokkenen voorafgaand aan het door DNB te toetsen besluit volgens het CBb niet afdoen aan het feit dat de betrokkenen als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt."
[Fintool: vrij vertaald ziet het er naar uit dat elk individu bezwaar aan kan tekenenen.]
Bron: Rijksoverheid
Toevoeging: 24/5/2022 Antwoorden op (resterende) Kamervragen over wetsvoorstel toekomst pensioenen
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99