De zorgverzekeringspremie van de maand september 2021 bedroeg € 182. heeft in de maanden augustus tot en met december 2021 diverse betalingen aan zorgverzekeraar verricht, van in totaal € 918,-. Bij al deze betalingen heeft zij geen betalingskenmerk vermeld.
De zorgverzekeraar stelt dat de premie van september 2021 ter hoogte van € 182,- niet betaald. Dat moet verzekeringnemer (gedaagde) alsnog doen.
Verzekeringnemer stelt zich op het standpunt dat zij de premie van de maand september 2021 wel degelijk heeft betaald, namelijk in september en oktober 2021. Om die reden stelt zij dat de vorderingen van zorverzekeraar moeten worden afgewezen.
De centrale vraag in deze procedure is of [gedaagde] de premie van de maand september 2021 heeft betaald. De kantonrechter oordeelt dat dit het geval is.
Van belang daarbij is dat uit artikel 6:43 BW (kort gezegd) volgt dat wanneer geen betalingskenmerk bij een betaling wordt vermeld, de betaling moet worden afgeboekt op de oudste openstaande vordering.
De zorgverzekeraar heeft zich niet aan dat uitgangspunt gehouden. Zij heeft er namelijk voor gekozen om de betalingen van [gedaagde] af te boeken op de nieuwere vorderingen van oktober, november en december 2021, waardoor de maand september 2021 open is blijven staan. Daartoe was zij op grond van artikel 6:43 BW niet gerechtigd. De door haar aangevoerde omstandigheid dat zij de vordering voor de maand september 2021 toen al uit handen had gegeven aan haar gemachtigde, maakt niet dat zij eigenhandig van die wettelijke regeling kan afwijken.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99