Het onderzoek laat zien dat per eind december 2021 voor ten minste 43% van alle werknemers die onder een cao vallen een collectieve afspraak is gemaakt over RVU (ongeveer 2,5 miljoen werknemers). Eind maart 2021 gold dit nog maar voor 27% van alle cao-werknemers. Voor driekwart (76%) van deze 2,5 miljoen werknemers is de afspraak eind december 2021 omgezet in een uitgewerkte regeling en in bijna alle gevallen is die regeling al gestart. Voor de resterende werknemers wordt de regeling nog uitgewerkt of worden de mogelijkheden tot een regeling nog verkend.
De meeste cao-partijen bakenen af welke werknemers gebruik mogen maken van RVU. Dit geldt voor 82% van de werknemers met een RVU-afspraak. Zij gebruiken daarvoor vaak (een combinatie van) bepaalde functies die als zwaar worden ervaren en een bepaald aantal dienstjaren. Voor slechts 5% van de werknemers is de RVU niet afgebakend maar staat hij voor alle medewerkers, mogelijk afgebakend met de voorwaarde dat de werknemer onder de cao moet vallen. De overige cao-partijen weten nog niet hoe de afbakening eruitziet (12%), omdat de RVU-afspraak nog nader moet worden vormgegeven.
Wettelijk geldt de RVU-vrijstelling enkel in de periode tot 3 jaar voor de AOW-leeftijd. Het onderzoek laat zien dat voor 45% van de werknemers de maximale duur van de uitkering gelijk is aan deze wettelijke termijn, voor 11% is de duur onbekend. Voor de overige werknemers is de maximale duur van de RVU-uitkering bepaald op 1 of 2 jaar (15 respectievelijk 6%) of op een andere manier afgebakend. Afspraken met een langere uitkeringsduur dan drie jaar komen nauwelijks voor.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99