‘’[De] verdeling van het vermogen [is] scheef (…). De helft van de ab-houders – de eerste vijf decielen - heeft een belang van minder dan € 192.000. Zij bezitten nog geen 3% van het totale ab-vermogen. Anderzijds bezitten de 10% ab-houders met het hoogste ab-vermogen tezamen 71,5% van het totale ab-vermogen. Het ab-vermogen van deze groep bedraagt tenminste een kleine € 2 miljoen. De helft van het vermogen is in handen van de 3,3% ab-houders met het hoogste vermogen.’’
De regels om te voorkomen dat dga’s zichzelf te weinig loon uitkeren en zo inkomsten uit box 1 naar box 2 verplaatsen werken niet goed. De Wet op de loonbelasting 1964 voorziet in een ‘gebruikelijkloonregeling’, die voorschrijft dat de Belastingdienst uitgaat van een bepaald loon dat vergelijkbaar is met dat van werknemers in vergelijkbare functies. Dat deel van het inkomen wordt door de Belastingdienst beschouwd als arbeidsinkomen en belast in box 1; het overige uitgekeerde inkomen geldt als kapitaalinkomen dat in box 2 wordt belast. In de bovengenoemde wet is echter ook een bepaling opgenomen die de mogelijkheid biedt om het loon van een dga 25% lager vast te stellen dan het meest vergelijkbare loon, de doelmatigheidsmarge. Die marge is er omdat het lastig kan zijn om nauwkeurig te bepalen wat het loon van een werknemer in een vergelijkbare functie zou zijn. Maar in de praktijk betalen dga’s over een in hoogte vergelijkbaar inkomen door de doelmatigheidsmarge minder belasting dan werknemers in loondienst. Daarom ‘functioneert de doelmatigheidsmarge niet. Het verlaagt enkel de grens waar de discussies over gaan.’
Door de lening steeds te verlengen, kan belastingbetaling steeds opnieuw uitgesteld worden. Uitstel kan uiteindelijk leiden tot afstel, bijvoorbeeld als de vennootschap failliet gaat en de ab-houder de openstaande belastingschuld niet kan betalen. Leningen bij de eigen vennootschap verlagen zo de belastinginkomsten uit box 2.
Dit wetsvoorstel bestaat uit een combinatie van zes voorstellen om knelpunten in de fiscale behandeling van aanmerkelijk belang weg te nemen.
3.1 Afschaffen doelmatigheidsmarge
3.2 Afschaffen doorschuifregeling (DSR) in de ab-sfeer voor schenking en vererving
3.3 Aanpassen tarief box 2
3.4 Verhuurd vastgoed standaard aanmerken als beleggingsvermogen voor de BOR en DSR
3.5 Kleine ab-pakketten uitzonderen van de BOR
3.6 Verlagen vrijstelling BOR
Bron: Tweede Kamer
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99