Hun onderlinge rechtsverhouding als hoofdelijk schuldenaren wordt dan ook niet beheerst door contractuele afspraken, maar enkel door de maatstaven van redelijkheid en billijkheid (artikel 6:8 in samenhang met artikel 6:2 BW).
Op grond van deze artikelen zijn partijen (als hoofdelijk schuldenaren) verplicht zich jegens elkaar te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid. Dit betekent dat de redelijkheid en billijkheid bijkomende rechten en verplichtingen kunnen meebrengen die niet direct uit de wet voortvloeien. In het onderhavige geval kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid meebrengen dat de man gedwongen wordt om zijn woning te verkopen. In dat kader moet een belangenafweging plaatsvinden.
Het belang van de vrouw is dat zij niet langer aansprakelijk zal zijn voor de op de woning van de man rustende hypothecaire geldlening. De vrouw heeft in 2003 een financieel risico genomen door de geldlening aan te gaan, maar dit heeft zij gedaan nadat de man haar heeft voorgehouden dat partijen samen eigenaar zouden worden van de woning, wat niet het geval bleek. De man heeft dit niet weersproken. De relatie is in 2005 verbroken: partijen zijn inmiddels dus al ruim 16 jaar uit elkaar. Al die tijd is de vrouw hoofdelijk aansprakelijk gebleven voor de hypotheek op de woning van de man, terwijl zij geen (mede)eigenaar van de woning is en ook niet het gebruiksgenot heeft gehad. Dat de vrouw in 2008 heeft getekend voor een nieuwe rentevaste periode doet niet ter zake, omdat het al dan niet tekenen daarvoor geen gevolgen had voor haar aansprakelijkheid. Bovendien heeft de man niet weersproken dat hij de vrouw toen heeft voorgehouden dat zij maar voor maximaal drie maanden aansprakelijk zou blijven, omdat hij bezig was de hypotheek op zijn naam te krijgen.
Tot slot is de vrouw op dit moment nog steeds niet in staat om met haar huidige partner, met wie zij al zeven jaar een relatie heeft, een nieuwe woning te kopen, omdat haar financieringsmogelijkheden beperkt worden door haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek op de woning van de man.
De rechtbank bepaalt dat de man zich gedurende drie maanden, te rekenen vanaf de datum van betekening van dit vonnis, moet inspannen om bij de huidige geldverstrekker dan wel een andere hypotheekverstrekker te bewerkstelligen dat de vrouw wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de gezamenlijke hypotheekschuld van partijen.
Tevens geldt een dwangsom van €250 per dag dat hij niet aan de onder paragraaf 5.2 uitgesproken veroordeling voldoet tot maximaal €50.000.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99